Tagarchief: dood

Het einde hoort erbij – 365 dagen verbinden met de #natuur – #ecopsychologie


10 augustus 2012

Dag 352: Het einde hoort erbij

Alle kleine vogeltjes zijn vertederend en ze raken het zorgzaamste zintuig in je. Tevreden koppies, met de oogjes dicht weer in hun omgevouwen washandje als nestjes, snurken ze verder tot de volgende maaltijd. De geboortegolf in vogelland is nagenoeg ten einde. Alles wat nu nog uit het ei kruipt, gaat het moeilijk krijgen. Tenzij we mooi weer blijven houden natuurlijk en er genoeg voedsel voorradig blijft. En hoe je ook je best doet om alles groot te laten worden, de natuur heeft zo zijn eigen beweegredenen om al dan niet te leven.

Deze week had ik een nestje van 3 piepkleine zwaluwen te verzorgen in het Vogelhospitaal. Ze zien er hetzelfde uit, zijn even groot, krijgen precies dezelfde aandacht en toch gaat er eentje ineens gek met zijn kopje draaien. Dan weet je het al; deze heeft niet lang meer te gaan.

Het onbegrip dat je niet weet waarom de één het wel doet en de ander niet, frustreert. Het blijkt maar weer eens te meer hoe moeilijk het is om de natuur te imiteren. Tegelijk geeft het aan hoe ingenieus natuurlijke systemen in elkaar zitten en perfect op elkaar afgestemd zijn.

Steeds weer word je in een hospitaal, of het nu dierlijk of menselijk is, geconfronteerd met leven en dood. Je doel is om het leven te eren, te verzorgen op de best mogelijke wijze in de hoop dat het leven gecontinueerd wordt. Maar dan ineens sta je voor een hokje met een vrouwtjes merel, waarop een sticker hangt met ‘euthanasie’. Aan de buitenkant is er niets aan haar te zien. Maar ze heeft een aandoening die het niet mogelijk maakt om als een echte merel door het leven te gaan. Daar zit ze dan ‘on death row’. Haar bruine ogen en de wetenschap dat ze niet lang meer te leven heeft, doen mijn hart pijn. Om het haar toch zo gemakkelijk mogelijk te maken, geef ik haar vers eten waar ze gretig gebruik van maakt. Het leven is in dit momentje in ieder geval goed.

Je kunt er niet te lang over nadenken met mensenlogica, omdat je er eenvoudigweg niet uitkomt met gedachten. Het enige dat je kunt doen is proberen in te voelen dat een goed leven niet mogelijk is. Zelf kan ze daar helaas niets over zeggen. De enige gedachte die ik keer op keer herhaal is: het einde hoort erbij. Maar dat is niet eenvoudig als je alle leven zo waardeert.

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

Het leven ten volle leren voelen? Klik hier

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, Dieren, ecopsychologie, emoties, natuur

Het eeuwige leven vlak voor onze neus – 365 dagen verbinden met de #natuur – #ecopsychologie


24 juni 2012

Dag 307: Het eeuwige leven vlak voor onze neus

De angst om ouder te worden, gebrekkig en vlekkerig, wordt ons al jong ingegeven. Niet alleen worden we op jonge leeftijd door sprookjes beïnvloedt, ook de maatschappij heeft een grote invloed op ons denken over leven en dood. Je hoeft alleen maar naar alle make-up reclames te kijken om te begrijpen hoe belangrijk het eeuwige leven, en vooral de ‘eeuwige jeugd’ voor ons is. Die angst komt natuurlijk alleen maar voort uit de angst om eindig te zijn.

De angst om het leven te moeten verlaten kan zelfs zo groot zijn, dat je eigenlijk niet maar aan echt leven toe komt. Je bent dan alleen maar aan het voorkomen om dood te gaan, terwijl je het leven niet tegemoet gaat.

Toch is het eigenlijk gek dat we er zo bang voor zijn, terwijl het eeuwige leven zich voor onze neus afspeelt. In de natuur is namelijk niets eindig. De natuur kent geen afval, of iets dat niet meer nuttig voor het leven zou zijn. Alles wat vergaat, kan opnieuw worden gebruikt, tot en met de kleinste atomen aan toe. Het is een continue cyclus van groeien, uiteenvallen en opnieuw groeien. In die zin is het cliché ‘de dood hoort bij het leven’ goed te begrijpen. Maar toch hebben we er moeite mee.

Omdat wij gezegend zijn met een fantasie, ofwel de mogelijkheid om verhaaltjes in ons hoofd te halen, kunnen wij bedenken hoe de dood zou kunnen zijn. We weten het niet, maar we kunnen er een idee over vormen. Als we denken aan uiteenvallen, huiveren we daar meteen bij. Het idee dat we worden opgegeten door andere organismen is ronduit afschrikwekkend. Wij kunnen aannames doen zonder dat we de ervaring hebben hoe het in werkelijkheid zal zijn. En deze aannames gaan ons leven beheersen. Zonde, want angstig zijn is een grote verspilling van energie die je wel beter zou kunnen gebruiken.

Boeddhisten geloven in reïncarnatie en ook in vele andere culturen gelooft men dat het leven niet eindig is. En hoe mooi ze de reïncarnatie verhalen ook kunnen maken, het feit blijft dat wij een samengesteld organisme zijn dat vergaat en hergebruikt wordt door andere organismen. Iedere kern wordt opgenomen in een ander geheel. We leven dus in ieder geval voor eeuwig.

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

Je plek in het grote geheel leren aanvoelen? Klik hier

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, ecopsychologie, natuur

Een natuurlijke verbinding verliezen – 365 dagen verbinden met de #natuur – #ecopsychologie


18 april 2012

Dag 245: Een natuurlijke verbinding verliezen

Verbinding maken met de natuur doe je niet door er woorden op te plakken of er een label aan te hangen. De beste manier is de verbinding te ervaren met het organisme dat aantrekkelijk voor je is. Zo voel ik mij al weken verbonden met een moederlijster. Al die tijd ontbijten we bijna samen, ik voor het keukenraam aan de muesli, zij in de voortuin met wormen en kevers.

In eerste instantie plak ik een sticker: het is een lijster en ze zoekt naar voedsel. Maar vervolgens sla ik haar gade om te ervaren wat ze allemaal aan het doen is en wat dat in mij teweegbrengt. Ik zie de razendsnelle bewegingen die ze maakt als ze een worm of insect te pakken heeft en hoe ze met een snavel vol de rododendron in zeilt waar haar nest is. De woorden die ik op de gevoelens plak die ze in mij oproept, zijn: gedrevenheid, elegantie en verantwoordelijkheid. Gedrevenheid vanwege haar drukke voedseltochten, elegantie vanwege de prachtige vluchten die ze maakt van en naar het nest en verantwoordelijkheid omdat ze kinderen te verzorgen heeft. Iedere keer ben ik weer blij haar te zien, want al die gevoelens maken een verbinding tussen mij en haar. Ik leef oprecht met haar mee.

Vanmiddag schrik ik van een vogelkadaver dat naast mijn auto ligt. Ik kijk en hoop toch zo dat het niet de lijster is. Maar de paar buikveertjes die er nog op zitten, herken ik inderdaad als lijsterveren. Er valt een steen op mijn hart. Lang kan ik daar echter niet over nadenken want: hoe moet het met de kinderen?!

Ik loop terug de tuin in en hoor een afwijkend vogelgeluid. Ik voel instinctief dat dit 1 van de jongen moet zijn. Ik kijk en luister, maar vind niets. Dan kruip ik onder de rododendron en probeer het nest te bereiken. Een half aangevreten jong zit er in, waarschijnlijk een roofdier op bezoek gehad.

Weer hoor ik het geluid en ga er op af. Langzaam schuifelend beweeg ik door de voortuin en zie het jong tussen de lavendelstruiken zitten. Ik buig voorover en meteen spert het zijn snaveltje wijd open. De arme stakker heeft natuurlijk al een hele tijd niet gegeten!

Met het vogeltje in mijn handen geklemd en mijn nieuwsgierige hond omzeilend, weet ik het in een doos te krijgen en rij ik naar het vogelasiel. Daar aangekomen blijkt er een klein gaatje in het ruggetje te zitten, maar klein genoeg om te helen. Na een flinke dosis antibiotica en een lekker eiwithapje mag hij de couveuse in waar een mereltje van ongeveer dezelfde grootte vertoeft. Bijna meteen vallen zijn oogjes dicht: slaap!

Het is leeg in de voortuin. Ik realiseer me dat ik ieder moment dat ik in de keuken was, moederlijster wel ergens in mijn ooghoeken bezig zag. Wat een waardeloos gevoel is dat, als zo’n mooie verbinding plotseling wordt verbroken. Ik ben echt iets verloren, maar het zal me er nooit van weerhouden om weer een mooie verbinding met een vogel aan te gaan. Pijn of geen pijn.

Leren vertrouwen op je natuurlijke zelf? 
Lees mijn ebook, te verkrijgen bij bol.com :

http://www.bol.com/nl/p/zelfvertrouwen/9200000035034679/

Hoe werkt dit boek?
Na een uitleg over hoe het kan dat we de verbinding met onszelf zijn verloren, volgen vier stappen die mijns inziens nodig zijn om weer in verbinding te komen met jezelf. In iedere stap geef ik ook een samenvatting van de ervaringen van twee cliënten, Tom en Lisa**. Zij volgden met succes deze methode.
Aan het eind van ieder hoofdstuk vind je oefeningen die je helpen met het specifieke onderdeel dat daarvoor is uitgelegd.
De vier stappen zijn:
 
Stap 1: Onderzoeken wat natuur voor je doet
Hierin ga je onderzoeken welke invloed de natuur op je heeft en welke ervaringen je ermee hebt gehad. Je weer openstellen voor zintuiglijke prikkelingen die voor je welzijn zorgen, staat hier centraal.
 
Stap 2: Bewust worden van het hoofd versus het lichaam
Deze stap maakt je bewust van het verschil tussen gedachten en gevoel. Het wordt je duidelijk op welke wijze je rationele denken je zintuigen kan dwarszitten. Verschillende manieren van het omzeilen van de zintuigen en hoe je dit kunt voorkomen worden besproken.
 
Stap 3: Het lichaam weer verbinden met het hoofd
Het creëren van optimale samenwerking tussen gevoel en ratio is de volgende stap. Belangrijk is om de juiste woorden te leren geven aan wat je voelt. Het voelen en denken wordt weer één. Het bekrachtigen van ervaringen door er woorden aan te geven is van essentieel belang om positieve ervaringen te verankeren in je lichaam. Dan weet je wanneer je op jezelf kunt vertrouwen.
 
Stap 4: Met zelfvertrouwen je eigen pad volgen
Als laatste ga je durven volgen wat je hart je ingeeft: je gaat in actie komen!
In deze stap leer je, aan de hand van voorbeelden en een actieplan, verschillende mogelijkheden om vol zelfvertrouwen de juiste weg te kiezen of beslissingen te nemen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, Dieren, ecopsychologie, emoties, natuur

Mag het een vogelsoort meer zijn, alstublieft? – 365 dagen verbinden met de #natuur – #ecopsychologie


17 april 2012

Dag 244: Mag het een vogelsoort meer zijn, alstublieft?

Hoe graag ik ook de natuur in ga, als het stormt en regent blijf ik liever thuis. Om toch nog een beetje ermee bezig te zijn, val ik terug op diverse soorten media. Ik geef toe, het haalt het niet bij zelf de natuur ervaren, maar het voorziet een klein beetje in de behoefte.

Vandaag valt mijn oog op een project genaamd The Lost Bird project. Het is een artistiek project bestaande uit een film en bronzen sculpturen over 5 verdwenen Noord-Amerikaanse vogelsoorten, te weten de Trekduif (Ectopistes migratorius), de Carolinaparkiet (Conuropsis carolinensis, de Labradoreend (Camptorhynchus labradorius), de Reuzenalk (Pinguinus impennis) en een subsoort van de Prairiehoen (Tympanuchus cupido cupido).

Triest natuurlijk, maar dit is wel een zeer fraaie manier om de mens te herinneren aan de invloed die we hebben op het verdwijnen van diersoorten. Daarnaast is het natuurlijk een mooie herinnering aan de vogels zelf. Voor degenen die de vogels nog nooit hebben gezien zal het waarschijnlijk niet zo dramatisch aanvoelen als voor de mensen die er mee opgegroeid zijn. Het lijkt me vreselijk om tijdens je leven daadwerkelijk natuur te zien verdwijnen die zo gewoon voor je is. Ik vind het al een behoorlijk verlies als het roodborstje dat de hele winter in mijn tuin heeft doorgebracht zich uiteindelijk dood vliegt tegen mijn raam. Maar de pijn wordt verzacht als ik 3 dagen later een ander roodborstje zie (ik hoor je denken: misschien was het wel een ander roodborstje dat zich dood vloog, maar ik vind natuurlijk van niet). Maar wat nu als dit vogeltje de allerlaatste van zijn soort was geweest? Waarschijnlijk was ik niet te troosten!

Dat doet mij denken aan de oorspronkelijke bewoners van Nieuw-Zeeland, de Maori’s, waarvan er nog mensen zijn die op Kiwi’s (de nationale vogel) hebben gejaagd, terwijl ze nu zwaar beschermd zijn. Hetzelfde geldt voor de Kakapo, de inheemse looppapegaai, die veel voorkwam en nu alleen nog op een klein, door mensen niet bewoond, eiland leeft. De Maori’s hebben hun natuurlijke omgeving flink zien veranderen. Dat moet aanvoelen als een soort van amputatie. Een natuurlijke verbinding wordt voelbaar verbroken.

Het verhaal werkt natuurlijk ook wel weer andersom: toen ik opgroeide waren er amper ooievaars (en dat terwijl de ooievaar in het gemeentelijk wapen staat), nu zijn er zat! En ik moet zeggen dat dit prima aanvoelt. Erbij mag van mij altijd, maar niet eraf.

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

Verbindingen maken in de natuur? Klik hier

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, Dieren, ecopsychologie, emoties, natuur

Rust zacht, prachtige reiger – 365 dagen verbinden met de #natuur – #ecopsychologie


7  februari 2012

Dag 175: Rust zacht, prachtige reiger

Het vogelhospitaal stroomt in deze zeer koude dagen goed vol. Vastgevroren of hongerig, verzwakt zijn ze allemaal. De vogels in mijn tuin tikken nog net niet op het raam of ik wat neer wil gooien, maar het scheelt niet veel. En als je iets ophangt of strooit is het in een mum van een tijd weg. Honger!

Een buurvrouw van verderop belt me of ik nog ga wandelen met de hond. Dat ben ik inderdaad net van plan. Ze wil met me meelopen, want toen zij er eerder liep, zag ze een reiger in nood. Ze durfde de reiger niet zelf te benaderen aangezien haar hond nog jong is en dus geïnteresseerd is in alles wat beweegt. Of we niet even met zijn tweeën naar de reiger moeten gaan? Uiteraard!

Op de heenweg hebben we de wind in de rug. Gelukkig, want het is al gauw 15 minuten lopen het natuurgebied in. Op de plek des onheils aangekomen zien we de reiger een klein beetje spartelen in de sloot, alsof hij ergens aan vastzit. Een beetje onzeker, want ik heb nog nooit een reiger gepakt, ga ik op mijn knieën langs de sloot en trek ik de reiger uit het ijskoude water. De buurvrouw heeft een fleece deken meegenomen en daar draperen we hem voorzichtig in. Hij kan zijn kop niet meer goed omhoog houden en daardoor zwiert hij met zijn vervaarlijke snavel heen en weer.

Ingepakt als een baby, met zijn snavel rustend op mijn arm, gaan we de barre terugtocht aan. De wind gaat nu werkelijk door merg en been en het is nog zeker een kwartier voordat ik mijn auto kan bereiken om naar het hospitaal te rijden. We lopen zo hard als we kunnen. Een paar keer valt zijn kop van de ene kant naar de andere. Het ziet er niet best uit. Toch voel ik zijn lijf nog steeds zuchten. Dat geeft hoop. Ik betrap mezelf erop dat ik hem probeer gerust te stellen door te zeggen dat het goed komt. Zijn kop valt weer de andere kant op en zijn oog ziet er raar uit. Toch voel ik hem nog steeds zuchten. ‘Rustig maar, even volhouden’, fluister ik tegen beter weten in. Voelde ik nog een zucht? Zit er nog beweging in? Is het niet mijn eigen ademhaling die ik voel?

Als we eindelijk bij de auto zijn leggen we hem voorzichtig in de auto, maar het lijkt alsof hij het niet heeft gered. Ik bel het hospitaal, waar of ik zijn hart het beste kan voelen. Ik voel onder de vleugel, in zijn oksel…. niets. Dan doe ik heel voorzichtig zijn ooglid naar beneden, maar er zit geen leven meer in het oog. De reiger was al in mijn armen doodgegaan.

We hebben je niet kunnen redden, prachtige reiger, maar ik ben dankbaar voor de korte magische verbinding die ik met je heb mogen maken. 

Terwijl ik dit schrijf, vliegen vijf zilverreigers langs, tegen de achtergrond van een schitterende zonsondergang….

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

 

Verbinding maken met jezelf in de natuur? Klik hier

2 reacties

Opgeslagen onder Dagboek, Dieren, ecopsychologie, emoties, natuur

De relativiteit van het begrip #winter – 365 dagen verbinden met de #natuur – #ecopsychologie


2 februari 2012

Dag 170: De relativiteit van het begrip winter

Het is best goed te doen in het open veld vandaag, als ik tegen de zon inloop. Die staat alweer vlak boven de horizon om zo weer te verdwijnen, maar ik ben o zo blij dat hij schijnt. Ik loop en loop, muts tot vlak boven mijn ogen getrokken, sjaal tot boven mijn mond en probeer het moment van omkeren zo lang mogelijk uit te stellen. Ik loop naar het westen en de wind komt uit dat ijzige noordoosten! Brr!

Kou, sneeuw, ijs en hagel symboliseren het gestopte leven, een overlapping naar de periode van ontluikend leven. Schrijvers en filmmakers gebruiken het dan ook graag als symbool voor dingen die stoppen, armoede, gevoelens die verborgen blijven, leegheid, kaalheid, depressiviteit, afwezigheid van hoop, gebrekkigheid en het einde der tijden. Een tijd van ‘niets’ dus.

Ik loop door en laat de koude wind nog even tegen mijn rug aan waaien voordat ik besluit om te keren. Ineens vliegen er welgeteld dertien kleine zilverreigers en één blauwe op van de slootkant. De sloten in deze polder liggen namelijk altijd open door omhoog komend kwelwater. Watervogels vinden dat wel een goede uitvinding. Hier staat de winter dus helemaal niet symbool voor leegheid en dood, want ineens is er juist veel meer leven dan anders langs de slootkant!

Het begrip ‘winter’ is dus maar relatief. In mijn ogen staat het ook voor de kracht en creativiteit om te overleven. Wat is daar nou ‘doods’ aan? Dat is zo levend als wat!

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

 

Leren van de natuur om dichter bij jezelf te komen? Klik hier

 

 

 

2 reacties

Opgeslagen onder Dagboek, Dieren, ecopsychologie, natuur

Ecopsychologie: 365 dagen Verbinden met de Natuur: Over de doden niets dan goeds


5 december 2011

Dag 133: Over de doden niets dan goeds

Ik lees een tweet waarin melding wordt gemaakt van een crematorium dat energie gaat opwekken. Eerste gedachte die bij me opkomt (heel sarcastisch): “Zijn de doden toch nog ergens goed voor!” Verder de berichtenstroom doorlopend dacht ik er eigenlijk niet meer over na, maar ineens schoot het me te binnen. Dat is wat de natuur natuurlijk ook doet: energie halen uit organismen die zijn overleden! Natuurlijker kan het bijna niet. De circle of life zet zich op deze manier al miljarden jaren voort. Van waar dan mijn eerste sarcastische reactie?

Het idee gegeten te worden stuit ons tegen de borst. Ik ga bijna denken dat dit ook te maken heeft met het antropocentrisme (de mens verheffen boven de natuur), waar ik al eerder over schreef. Als wij niet voelen dat we behoren tot de natuur, dan willen wij ook niet op een natuurlijke manier terugkeren.

Een tijd geleden zag ik een documentaire waarin een begrafenis ritueel in Tibet werd gefilmd. De mensen wonen daar op rotsen, hoog in de bergen, en er is geen zachte grond, maar ook geen fatsoenlijke ruimte om mensen te begraven. Dus is er voor een andere oplossing gekozen. De doden worden in stukken gesneden door een speciaal daarvoor aangestelde man, en vervolgens worden de stukken op een speciale plek gevoerd aan de gieren.

Ik moest ook even wennen aan het idee toen ik het voor het eerst zag, maar later kon ik er de schoonheid van inzien. Boeddhisten geloven in reïncarnatie en op deze wijze wordt de mens gerecycled naar een volgend leven. De achtergebleven bewoners zijn blij met de opruiming, en de gieren worden gevoerd. Een win-win situatie dus.

Als we begraven worden dan zou je nog kunnen bedenken dat de wormen ons uiteindelijk te pakken krijgen of wellicht wat bacteriën, maar of dat echt helpt met de voedselketen, dat vraag ik me af.

Toch is het geen raar idee om nuttig te willen zijn na onze dood. Er zijn genoeg mensen die een donor codicil invullen en zichzelf willen recyclen. Dan zal het energie opvangen bij een crematie ook wel geen probleem zijn. Wel jammer dat daar weer veel hitte aan te pas moet komen. Het terugwinnen van energie die je er eerst hebt ingestopt is al heel nobel, maar het zou nog mooier zijn als er geen energie aan te pas hoeft te komen om je van een lijk te ontdoen, maar dat het ontbindingsproces energie oplevert. Dan is er sprake van echte winst.

Hoe dank ook: op deze manier verbinden we ons wel weer met de natuur.

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

 

Voor counselling in de natuur klik hier

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, ecopsychologie, emoties, natuur

Ecopsychologie: 365 dagen Verbinden met de Natuur: Een gebroken houten hart


25 november 2011

Dag 123: Een gebroken houten hart

Ik ben in de rouw. Er is een motorzaag in een dierbare gezet. Mijn prachtige oude beuk is niet meer. Tientallen keren heb ik er langs gewandeld en keer op keer verwonderde ik mij over de prachtige vorm van zijn takken die ik uit alle hoeken fotografisch heb vastgelegd. Voor mij was het een levend kunstwerk dat veranderde met ieder seizoen. Nu ligt hij daar, ontmanteld en in stukken.

Ik zag het wel aankomen omdat het wel duidelijk was dat hij ziek was. Er zat geen blad meer aan. En dat was juist waarom je de prachtige vormen van de takken kon zien met de hemel als achtergrond. Het doet me in ieder geval goed dat de bomenzagers met zeer groot materieel moesten uitrukken. Dit was een boom met allure die alleen met veel bombarie ten onder mocht gaan.

Vele jaren geleden was er in de buurt waar ik woonde een braakliggend stuk land dat een natuurgebiedje was geworden. Ik liep er dagelijks langs een hele grote wilg die daar aan de kant van een klein slootje stond. Op een dag stormde het flink en ik zei: ‘Blijf je wel staan, vriend?!’ klopte even op zijn bast en vervolgde mijn weg. De volgende dag was de ravage niet te overzien. De storm was te krachtig geweest en de wilg was afgebroken.

Daar lag hij over het pad, je moest er nu overheen klimmen om je wandeling te vervolgen. Dat deed ik dan ook braaf. Op een of andere manier was ik blij dat hij er nog lag. Grote verwondering toen ik een paar maanden later zag dat hij gewoon weer begon uit te lopen. Met een klein stukje wortel was hij nog met de aarde verbonden en dat was net genoeg om weer kleine takjes en blaadjes te maken.

Op dat moment in mijn leven had ik het even nodig om te zien dat je na een flinke ‘storm’ nog altijd jezelf kon zijn en weer tot bloei kon komen. Voor die wijsheid ben ik de wilg nog steeds dankbaar.

Ondertussen ben ik verhuisd en heb ik de wilg al lang niet meer gezien. Toch denk ik dat hij nog steeds op zijn plekje ligt en uitlopers heeft. Dat geeft me een heel ander gevoel dan de machtige beuk die in stukjes op de grond ligt en straks weg zal zijn. Weggerukt uit mijn leven, als een dierbare.

Ja, ik ben een bomenknuffelaar, want ik ben ze, naast hun esthetische waarde, heel dankbaar voor alle zuurstof die ze me geven, voor het opslaan van kooldioxide die ik uitstoot en voor het geven van schaduw op warme dagen.

In Vlaanderen worden dit weekeinde duizenden bomen geplant. Ik hoop dat daar net zulke machtige bomen uit voortkomen als mijn wilg en beuk.

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

 

Voor de maandelijkse Terug naar je natuur wandeling (de laatste dit jaar) klik hier

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, ecopsychologie, emoties, natuur, zintuigen

Ecopsychologie: 365 dagen Verbinden met de Natuur: Een zwarte dag voor natuurliefhebbers


27 september 2011

Dag 64: Een zwarte dag voor natuurliefhebbers

Het is een zwarte dag als mensen die iets voor ons, of de wereld hebben betekend, ons ontvallen. Harry Muskee, die heel veel Nederlanders ontroerde met zijn blues maar ook een dierenvriend was en Wangari Maathaai, Nobelprijs winnares voor de vrede, die zich enorm heeft ingezet voor het behoud van Afrikaanse natuur. Het zijn bekenden met wie we een verbinding voelden uit respect voor wat ze deden en wie ze waren.

Helaas is het voor velen op de wereld ook een zwarte dag omdat een beroemde zwarte beer is overleden. Hope, dochter van beer Lily, die we in de BBC documentaire hebben kunnen zien, en van wie we het leven konden volgen via een webcam in hun berengrot, is zeer waarschijnlijk slachtoffer geworden van het jachtseizoen.

“Nou en? Dat is maar een beer!” Het gaat er natuurlijk niet om wie er belangrijker is, of dat nu een mens of een beer is. Het gaat om de verbinding die we met ze hebben gemaakt. Door de documentaire, de webcams, de filmpjes op Youtube, de Facebook pagina en de goed bijgewerkte website van Lynn Rogers van The North American Bear Center, maakten veel mensen mee wat het leven van een beer inhoudt. Er wordt lesgegeven op scholen, om zo kinderen te leren over de natuur in hun omgeving en er meer begrip en respect voor op te kunnen brengen (zie ook mijn blog van gisteren).

Velen hebben net als ik een connectie met Hope en haar moeder gemaakt omdat we zagen hoe ze werd geboren en liefdevol door Lily werd grootgebracht, we zagen hoe ze haar moeder kwijtraakte en er ineens alleen voor stond, we zagen hoe ze in winterslaap ging samen met haar moeder en de geboorte van haar zusje Faith waar ze heel zorgzaam mee omging en uiterst voorzichtig mee speelde. We zijn deelgenoot gemaakt van hun leven, hebben er plezier aan beleefd en dat heeft een liefdevolle verbinding tot stand gebracht. En het doet zeer als deze liefde voor een levend wezen abrupt ten einde komt.

Op vele niveaus hebben velen verbinding gemaakt met dit stukje natuur en dat is waar ecopsychologie over gaat. Het gaat ook over co-existentie. Als je leert hoe je omgeving in elkaar steekt, en je hebt er respect voor dan is het mogelijk om er in harmonie mee te leven. Lynn Rogers heeft dat bewezen met de wijze waarop hij de beren onderzoekt, zonder verdovingen, maar puur uit een vriendschappelijke, respectvolle en begripvolle houding naar de dieren.

Dit is trouwens een goede les voor ons, nu er wolven gesignaleerd worden in Nederland en België. De eerste tekenen van onbegrip en angst zijn al gesignaleerd. Het is van groot belang dat er zo snel mogelijk educatie op dat gebied plaatsvindt. Begrip en daardoor respect krijgen voor de wolf is essentieel om angst tegen te gaan. (De gouwe ouwe van Drs. P, Troika, zorgt voor genoeg angst over de wolf)

Ik heb veel respect voor de wijze waarop Rogers omgaat met het verlies van Hope. Als geen ander weet hij dat mens en beer naast elkaar moeten kunnen bestaan. Hij weet dat het nodig is om een jachtseizoen te hebben om de berenpopulatie in toom te houden. Al heeft hij er wel voor gezorgd dat er nu maar 6 weken per jaar gejaagd mag worden in plaats van het hele jaar door.

De jacht blijft een lastig ding voor dierenliefhebbers.

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

Voor counselling in de natuur klik hier

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, Dieren, ecopsychologie, emoties, natuur, zintuigen

Ecospychologie: 365 dagen Verbinden met de Natuur: Medelijden met mijn eten


23 september 2011

Dag 60: Medelijden met mijn eten

Ik schreef al eerder over hoe moeilijk het is om te zien hoe dieren die je bewondert, een ander dier opeten. Ditmaal had ik het moeilijk met een orka. Een prachtig dier, snel, wendbaar, maar ook massief. De prachtige zwart-witte tekening is ontwapenend. Maar als ze op de loer liggen bij een strand om een zeeleeuw te gaan verorberen, dan heb ik daar ineens grote moeite mee. Ik kan het niet aanzien, en helemaal als ze die arme zeeleeuwen ook nog in de lucht gooien en vervolgens weer opvangen om ermee in de diepte te verdwijnen. Meestal sluit ik mijn ogen of switch naar een andere zender, om later weer terug te keren.

Welke emoties komen er nu precies naar boven? Allereerst walging: het spelen met een ander dier, het opgooien ervan ziet er respectloos uit. Vervolgens is het woede: boosheid dat ze uitgerekend weerloze zeeleeuwen moeten eten, en dan ook nog de baby’s! En dan volgt teleurstelling: dat het allemaal zo hard is in de dierenwereld, waarom het niet anders kan.

Maar de volgende avond gooi ik weer eens een biefstuk in de pan, een biologische dat wel, beetje mosterd erbij heerlijk! Dan bedenk ik me: wat zeur ik nou over een orka die ook een biefstukje wil!?

Het is de aandoenlijkheid van die zeeleeuwen met hun grote bruine ogen, waar wij mensen, en vrouwen in het bijzonder, een zwak voor hebben. Het zijn grote ronde ogen, gelijk die van onze mensenbaby’s, die ervoor zorgen dat we automatisch in de verzorgstand komen en we ze moeten redden. Dit is ons instinct: grote ogen = onschuld = moet verzorgd worden.

Ik moet eerlijkheidshalve bekennen dat als ik die orka’s een hap haringen zie nemen, er weinig emotioneels met me gebeurt. Dan reageer ik net zo onverschillig als wanneer ik mijn biefstuk in de pan doe. O wee als ik naar die koe met die grote bruine ogen moet kijken en die zou moeten doden…… Dan zou ik acuut vegetariër zijn. Dus ik ben wel blij dat ik mijn eigen eten niet hoef te vangen (over disconnectie met de natuur gesproken!)

Maar dat betekent niet dat ik onverschillig ben over hun welzijn. Mogen alsjeblieft alle koeien, varkens en kippen de megastallen uit? Liever een stukje vlees op mijn bord dat een goed leven heeft gehad, dan een stresskip aan mijn vork. En de vegetarische slager is ook een goed idee.

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

Voor counselling in de natuur klik hier

Voor de maandelijkse terugnaarjenatuur wandeling 25/9/11 klik hier

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, Dieren, ecopsychologie, emoties, natuur, zintuigen

Ecopsychologie: 365 dagen Verbinden met de Natuur: Zintuig voor nabijheid


29 juli 2011

Dag 24: Zintuig voor nabijheid

Afgelopen week wandel ik bij de Oostvaardersplassen. Als ik in een observatiehut plaats neem om met de verrekijker eens goed naar de Konik paarden te kijken, valt mij iets op in het meertje voor de hut. Een lepelaar is druk aan het fourageren. Al scheppend met zijn enorme snavel loopt hij langzaam vooruit in het ondiepe meertje. Naast hem wandelt een zilverreiger met hem mee. Opvallend is dat de reiger niet zo veel lijkt te doen, terwijl de lepelaar heel hard aan het werk is. De gehele tijd blijft de reiger op gepaste afstand van de lepelaar. De lepelaar heeft wat ruimte nodig om te lepelen naar voedsel omdat hij zijn kop, hals en snavel daarbij heen en weer beweegt. De reiger voelt exact aan hoeveel personal space de lepelaar nodig heeft.
Dit zintuig voor ruimte of nabijheid, doet me denken aan een natuurdocumentaire die ik afgelopen week op een Belgische zender zag over pinguïns. De serie gaat over de South Pacific en ze lieten een eiland zien dat alleen bewoond wordt door pinguïns in hun broedseizoen. De filmer had een goed gevoel voor dramatiek, want eerst was er ingezoomd op een paartje dat een beetje ruzie had met buren die kennelijk te dichtbij kwamen, en langzaam werd er uitgezoomd tot en met een lucht shot aan toe. Toen pas kon je zien dat iedere centimeter van het eiland zo ongeveer benut werd door duizenden pinguïns.
Raar eigenlijk, want het grootste gedeelte van het jaar zijn ze op zee, rusten wel op het land, maar brengen veel tijd door in de letterlijke ‘zee van ruimte’. En als ze gaan broeden, zitten ze ineens boven op elkaars lip. Kennelijk is hun zintuig voor nabijheid op dat moment geheel anders afgesteld en heeft een andere aantrekkingskracht voorrang.

Als ik terugrijd van de Oostvaardersplassen, merk ik de vissers op die langs het kanaal hun boeltje hebben opgezet. In hun tussenruimte, minimaal drie meter, zit een ritme. De hengelsporters gebruiken dan dus ook hun zintuig voor nabijheid om hun plek te bepalen. Zo ook:

– op een vijf-baans snelweg met middelmatig verkeer, rijdt niemand alleen maar op de rechterbaan. Iedereen zoekt zijn plek, verdeeld over de vijf banen. Aantrekkingskracht: o.a. goed zicht
– als we keuze hebben uit drie toiletten, kiezen we de meest linkse of de meest rechtse. Als er dan later nog iemand komt, neemt die het toilet het verst weg van het toilet dat jij bezet. Aantrekkingskracht: o.a. stilte
– als er een lege tram of metro komt, neemt men bijna symmetrisch plaats met altijd een aantal stoelen ertussen. Aantrekkingskracht: o.a. veiligheid

Als twee bomen iets te dicht bij elkaar staan, zoeken hun takken de ruimte op. Aantrekkingskracht: licht.
Het zintuig is dus niet alleen aan het werk, maar past zich  aan op aanwijzing van andere zintuigen.

Onze zintuigen zijn een zeer bijzonder systeem, waar we veel te weinig rekening mee houden.
Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

Voor counselling in de natuur klik hier

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, Dieren, ecopsychologie, emoties, natuur, zintuigen

Ecopsychologie: 365 dagen Verbinden met de Natuur: Stilte maakt ruimte


26 juli 2011

Dag 21: Stilte maakt ruimte

Een oorverdovende stilte, kan dat ook? Toen ik gister naar de minuut stilte in Oslo keek met die enorme mensenmassa op het plein, was dat wat me te binnen schoot. Wat een impact kan stilte hebben!

Afgelopen week waren er meer van die momenten dat stilte je ineens overvalt. Het regende veel en vaak de afgelopen dagen. Als je in de stad bent en een hevige bui valt uit de hemel, dan zie je iedereen heel druk in de weer om te schuilen, weg van alle nattigheid. Als het dan weer droog is, is er een moment van rust in de stad. Lege straten, grote plassen en geen mens te bekennen.
Een andere stilteoverval had ik afgelopen maandag. Het had zondag de hele dag geregend en pas maandagochtend was het eindelijk droog. Ik ging naar buiten en wat me opviel was weer die enorme stilte. Alsof alles aan het bijkomen is van wat is geweest. Het voelt alsof iedereen de wonden likt en nog niet in staat is om weer op volle kracht vooruit te gaan.
Er zit iets magisch in die stilte en ook een soort gemeenschapsgevoel. We hebben die regen samen meegemaakt. Allemaal moeten we ervan bijkomen, mens, dier en plant. De energie die dan in de atmosfeer hangt is duidelijk anders.

Als we willen kunnen we de hele dag gebombardeerd worden met geluid door verkeer, computers, telefoons, televisies, printers, kopieermachines en ga zo maar door. Ik durf te beweren dat door deze muur van geluid ons gevoel van persoonlijke ruimte steeds kleiner wordt.

Onbewust verdedigen we onszelf tegen geluidsoverlast door in onszelf een muur op te trekken. We proberen ons af te sluiten en maken onze (beweeg)ruimte dus kleiner.

Een goed voorbeeld van hoe dat werkt kreeg ik vanmorgen. Ik liep langs de velden en keek eens goed om mij heen. Toen ik alles visueel goed in me op had genomen, de kleuren en vormen, deed ik mijn ogen dicht om dit stuk natuur eens met gesloten ogen te ervaren.
De stilte, afgewisseld met vogelgeluiden en geritsel in het riet, werd steeds helderder. Met de ogen dicht leek het alsof het geluid driedimensionaal werd, er kwam meer diepte in. Mijn visuele zintuig (mijn favoriet) had ik omzeild en ineens ‘voelde’ geluid anders. Tussen de vogelgeluiden door voelde ik juist ruimte. Een ruimte waar je doorheen zou kunnen. Hierdoor kon mijn eigen energie uitdijen en werd mijn persoonlijke ruimte groter. Een heel prettig gevoel.

De les die de natuur mij vandaag leert is dus hoe belangrijk het is het geluid van de natuur op te zoeken om zelf meer ruimte te krijgen. De natuurlijke stilte is niet alleen rustgevend, maar je zintuig voor plaats en ruimte wordt ook geprikkeld. Ons zintuig dat in de hectiek van het alledaagse leven te weinig aandacht krijgt (krappe werkplekken, overbevolkte kantoortorens, files, schreeuwende billboards, tv’s, computers, nintendo’s, telefoons, blackberry’s etc.), heeft behoefte aan die persoonlijke ruimte.

Alleen in die ruimte kunnen we ons authentieke zelf zijn.

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

Voor counselling in de natuur klik hier

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, ecopsychologie, emoties, natuur, zintuigen

Ecopsychologie: 365 dagen Verbinden met de Natuur: Iets natuurlijks als de dood


25 juli 2011

 Dag 20: Iets natuurlijks als de dood

De afgelopen dagen hebben in het teken gestaan van de afschuwelijke dood van bijna zeventig Noren. Weggerukt uit het leven door iemand met twijfelachtige bedoelingen. Ook in Nederland werd veel verdriet en angst gevoeld. Er werd zelfs meer gebeld naar hulpdiensten waar men emoties kon delen.

De dood is voor de westerse mens moeilijk om te accepteren. We vechten er zo lang mogelijk tegen. De dood is iets om bang voor te zijn, we weten niet wat erna komt en dus blijven we er het liefst zo ver mogelijk vandaan. Boeddhisten geloven in reïncarnatie en hebben er een andere kijk op. Ook oude natuurvolken gaan anders om met de dood. In diverse Noord-Amerikaanse indianenstammen was het gewoon om, als je het einde voelde naderen, om jezelf terug te trekken in de natuur, om je daar bloot te stellen aan de naderende dood. “There is no death, only a change of worlds,” is hun geloof.
Bij volkeren die op het ijs leven gebeurde het wel dat de familieoudste (opa of oma) zichzelf opofferde om de familie meer kans op overleven te bieden in verband met schaarse voeding. Deze trok zich dan terug op het ijs om daar in eenzaamheid te sterven. Een oude ijsbeer zou hetzelfde doen.
Bij de gedachte alleen al, gaat er bij ons westerlingen een schok door ons heen. Wij vinden het leven zoveel waard dat we niet aan de dood moeten denken. Als je dat kunt tenminste, want er zijn genoeg mensen onder ons die zo angstig voor de dood zijn dat het hun leven in het hier en nu juist beinvloedt.

Afgelopen week hoorde ik een mooi verhaal van een vriend die in Afrika woont en die op bezoek was in het dorp van zijn oma. Hij was er al lang niet meer geweest. Toen zijn oma even moest rusten besloot hij door het dorp te wandelen. Daar zag hij de grapefruit boom die hij nog goed kende uit zijn jeugd. Nu viel hem op hoe oud de boom was en hoe weinig vruchten hij nog maar droeg. Het viel hem zwaar het naderende einde van de boom te aanschouwen. Hij bedacht zich dat de dood van zijn oma ook niet ver weg meer was.
Op de weg terug naar huis was hij in verdrietige gedachten verzonken en realiseerde hij zich heel goed dat hij ook al op de helft van zijn leven was. Eenmaal thuisgekomen spoorde hem dit aan om zijn eigen mangoboom te vertroetelen, om er zo lang mogelijk van te genieten.

Ik vind dit verhaal een mooie les in “het leven ten volle waarderen.” Dat kun je alleen maar doen als je niet bang bent voor de dood. Zodra angst om de hoek komt kijken leef je een leven in de toekomst. Dat is niet de natuurlijke weg. Dieren en organismen leven als geen ander in het Nu. In het Nu is waar het leven plaatsvindt.

Had William Butler Yeats misschien gelijk toen hij schreef: “Man has created death” ?
Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

Voor counselling in de natuur klik hier

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, Dieren, ecopsychologie, emoties, natuur, zintuigen