Tagarchief: nieuw zeeland

De pinguïn kolonie onderwijst – 365 dagen verbinden met de #natuur – #ecopsychologie


13 augustus 2012

Dag 355: De pinguïn kolonie onderwijst

De laatste 10 dagen van deze weblog wil ik terugblikken op bijzondere natuurervaringen en ecopsychologische inzichten die het afgelopen jaar de revue zijn gepasseerd.

Een moment dat me altijd bij zal blijven is het van dichtbij aanschouwen van een kolonie geeloog pinguïns in Nieuw-Zeeland. Alleen al om aan de andere kant van de wereld te vertoeven is een bijzonderheid, maar zo dichtbij en ongezien (!) deze prachtige dieren bewonderen is een wonderlijke ervaring. (klik hier voor de eerdere blog met foto’s)

Op het Otago schiereiland hebben ze een soort overdekte loopgraven gemaakt, waardoor het voor de pinguïns niet mogelijk is om de toeristen te zien. En dat is een gouden zet. Om dieren in hun natuurlijke habitat, hun natuurlijke ding te zien doen, dat raakt de menselijke zintuigen.

In dit specifieke geval werd mijn zorgzame zintuig het meest actief. Het zien voederen van één van de ouders en het gulzig opschrokken van het voedsel door de jongen, vertedert zonder meer. Maar ook de rust die de dieren uitstralen, het met elkaar uitrusten van vermoeienissen in stilte, deed iets met de hele groep toeristen. Niemand zei iets. Iedereen synchroniseerde met de rust, de staat van zijn van de pinguïns. Het is dat de gids ons opriep snel naar een andere gang te rennen zodat we een eenzame pinguïn naar zee konden zien lopen, anders waren we met zijn tienen nog lang ‘in het moment’ gebleven.

Dit was één van de momenten het afgelopen jaar, waarin het me wederom heftig bevestigd werd, welke gezonde uitwerking contact met de natuur op de mens heeft. Naast zorgzaamheid kon je niets anders dan bewondering, nieuwsgierigheid, dankbaarheid en pure liefde voelen voor deze prachtige zeldzame dieren. Onze oer-zintuigen werden geprikkeld, er werd niets gedacht alleen maar ervaren en dat voelde zo goed!

Als alle mensen op aarde wekelijks een natuurervaring hebben waarin al deze waarden naar voren mogen komen, dan wordt de wereld ongetwijfeld een stuk leefbaarder.

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

Dichterbij je oer-zintuigen komen? Wandel mee met de Terugnaarjenatuur wandeling! Voor info klik hier

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, Dieren, ecopsychologie, natuur, zintuigen

Het geheim van geduld – 365 dagen verbinden met de #natuur – #ecopsychologie


19 januari 2012

Dag 156: Het geheim van geduld

Als ik één eigenschap niet van mijn moeder heb geërfd, dan is het wel geduld. Zij kon uren achter de naaimachine zitten en ingewikkelde dingen maken of lastige patronen breien. Ook haalde ze het rustig weer uit als het niet naar haar zin was en begon opnieuw. Zonder veel verbaal vertoon. Ik heb een naaimachine (een wonder dat hij nog nooit uit het raam is gevlogen), maar breien heb ik op de lagere school al opgegeven.

Het lijkt of ongeduld een typisch menselijk ding is. Als ik in de natuur om me heen kijk dan zie ik overal geduld. Vanmiddag nog zag ik een valk bidden boven een weiland; hij vloog weer een stukje verder, wederom bidden, en dat ging zo even door, zonder resultaat. Op tv zag ik gister een paar hongerige wolven die met engelengeduld probeerden een moeder beer en welp te scheiden. Ze houden pas op als de kans van slagen echt miniem is, maar het betekent niet dat ze opgeven. Daar heb ik enorm respect voor.

In Nieuw-Zeeland was ik zeer gecharmeerd van zeer geduldige muggenlarven (Te Anau glowworms) die kunnen opgloeien (bioluminescentie) om zo prooien (kevertjes, vliegjes) te lokken die vervolgens in hun nauwkeurig gesponnen plakdraadjes vliegen. Met velen bevinden ze zich in een grot, blauwe loklichtjes producerend en wachten…en wachten… en wachten tot ze iets vangen.

Een fenomenaal staaltje geduld. En dat terwijl ze ook nog niet eens heel lang leven. Ze zijn 6 tot 9 maanden een larve, worden dan een volwassen vlieg en leven nog 3 (!) dagen alleen ter voorplanting. En het hele circus begint opnieuw.

Mijn eigen ongeduld in het leven moet duidelijk een beetje gerelativeerd worden als ik aan ze denk. Waarom dat ongeduld? Waar maak ik me druk om als de computer niet snel genoeg is, of er een langzame vrachtauto voor me zit, of de hond niet door wil lopen?! Het is tenslotte allemaal negatieve energie. De hele natuurlijke wereld zit vol met geduld en positieve energie. De natuur geeft niet op, maar probeert steeds opnieuw totdat het succes heeft.

Stiekem hoop ik dat een voorouder me dat ongeduldige gedrag heeft meegegeven, want dan kan ik er tenminste niets aan doen. Maar eigenlijk ben ik bang dat het gewoon aangeleerd menselijk gedrag is…. dat je moet afleren.

Wordt vervolgd.

Francoise Vaal

Voor counselling en coaching in de natuur klik hier

1 reactie

Opgeslagen onder Dagboek, Dieren, ecopsychologie, emoties, natuur

Overlevingsstrategie: brutaliteit of vriendelijkheid? – 365 dagen verbinden met de #natuur – #ecopsychologie


16 januari 2012

Dag 153: Overlevingsstrategie: brutaliteit of vriendelijkheid?

Op mijn reis door Nieuw-Zeeland werd ik steeds opnieuw geconfronteerd met dieren, in het bijzonder inheemse loopvogels, die op de rode lijst staan wegens hun zeldzaamheid. In de eerste plaats is dat de koddige kiwi, de nationale vogel van Nieuw-Zeeland. De arme vogel heeft veel te lijden gehad onder de introductie van voornamelijk de hermelijn, die hun eieren rooft.

Er zijn gelukkig meerdere dierentuinen met fokprogramma’s. De kiwi’s (zoals de Nieuw-Zeelanders zichzelf noemen) doen veel voor de kiwi’s. (Met de vrucht gaat het overigens goed.) Onder andere door het veelvuldig plaatsen van vallen tegen de hermelijnen.

Ik heb het geluk gehad kiwi’s in een kleine dierentuin in het donker, wanneer ze actief zijn, te mogen zien. Ze zijn veel groter dan ik gedacht had. Ze kunnen ook best wild zijn (vooral tijdens het paringsritueel) en je zou denken dat ze die hermelijnen wel de baas zouden kunnen. Maar grootte is kennelijk niet genoeg. Er moet iets meer bij komen wil je rovers van je afhouden.

Aan de westkust van het Zuid-Eiland had ik een ontmoeting met een andere vogel die ook beschermd is: de weka. Deze had vooral last van de inheemse bevolking, de maori’s, die de weka op het menu hadden staan.

De weka is ongeveer even groot als de kiwi, maar is vaker in het daglicht te bewonderen. Ze zijn niet bang uitgevallen en weten heel goed dat een mens ook ‘eten’ kan betekenen.

De weka's weten heel goed dat mensen iets eetbaars kunnen leveren. © Françoise Vaal

Terwijl ik zat te schrijven op de veranda van het huisje hoorde ik continu geritsel van voedselzoekende weka’s om me heen. Af en toe kwam er eentje dichtbij die me inspecteerde of ik iets van voedsel ging produceren en als dat niet zo was liep hij/zij gewoon weer weg. Ik vond het wel gezellig met die wroetende vogels om me heen.

Twee weka's die in de gaten houden of er ergens iets te halen valt. © Françoise Vaal

De weka lijkt het beter te doen dan de kiwi. Zou het komen omdat de weka meer mogelijkheden heeft geschapen voor zichzelf door overdag ook productief te zijn? Of zit het hem in het feit dat hij brutaler is dan de kiwi? Ons gezegde: “brutale mensen hebben de halve wereld” zou dan dus ook op de weka van toepassing zijn. In beide gevallen is het misschien een kwestie van karakter.

Het gaat niet om de sterkste die overleeft, maar om degene die het slimst met de aanwezige mogelijkheden om kan gaan. De kiwi is wellicht te vriendelijk, maar voor ons maakt hem dat juist weer charmant. Vriendelijkheid kan dus ook een overlevingsstrategie zijn. De Nieuw-Zeelanders zijn tenslotte als een blok voor hem gevallen en doen hun uiterste best hem weer op de kaart te zetten. Dus wat is nu een betere levensstrategie, brutaliteit of vriendelijkheid?

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

Voor counselling & coaching in de natuur klik hier

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, Dieren, ecopsychologie, natuur

Over gletsjers en stilstaande vooruitgang ; 365 dagen verbinden met de #natuur ; #ecopsychologie


15 januari 2012

Dag 152 : Over gletsjers en stilstaande vooruitgang

Als je boven op een gletsjer staat is het niet voor te stellen dat een dergelijke ijstong eigenlijk aan het bewegen is. Voor je gevoel sta je gewoon stil, op ijs, met een prachtig uitzicht dat wel. De Franz Josef gletsjer in Nieuw-Zeeland beweegt 5 (!) meter per dag, weet de gids mij te melden. En over die beweging loop en klauter ik zonder er iets van te merken!

Een halve dag klauteren is wel genoeg, want de aangeleverde schoenen en stijgijzers beginnen na een paar uur aardig te knellen. Op het moment dat ik over diepe spleten in het ijs heen stap (wat ik best eng vind) is de aardbeving in Christchurch van afgelopen december nog niet geweest. En gelukkig maar, anders was ik waarschijnlijk nooit de gletsjer opgegaan uit angst dat de verschuiving wel eens meer dan 5 meter per dag zou kunnen zijn.

Al met al is een gletsjer een wonderlijk fenomeen. Van een afstand lijkt hij dagelijks hetzelfde, maar iedere ochtend zijn er nieuwe spleten bijgekomen en andere weer weggevaagd, aldus de gidsen, die hem iedere dag weer in kaart moeten brengen voor de veiligheid.

Ik vind het te vergelijken met het leven. Het lijkt soms onveranderlijk. Situaties schijnen uitzichtloos, saai en aan de dagelijkse sleur lijkt geen einde te komen. Frustraties groeien. En toch, als je het goed bekijkt, is iedere dag net weer een beetje anders. Als is het alleen al omdat andere mensen zich net even anders gedragen.

Als iemand gefrustreerd is geraakt door het gebrek aan verandering is het ‘weten’ dat niet alles hetzelfde is als de vorige dag niet genoeg. Diegene zal zelf aan verandering en vooruitgang moeten werken. Er zijn maar weinig mensen in staat om een enorme ommekeer in het leven te maken. Wees gerust, dat hoeft ook niet. Als je iedere dag een stap zet in de richting waarin je wilt bewegen, ga je uiteindelijk je doel bereiken. Hoe klein dat stapje ook is. Je dagelijks bewust zijn dat je iets gedaan hebt om vooruit te komen geeft de voldoening om door te gaan.

Net als de gletsjer die heel langzaam, maar gestaag uiteindelijk de zee of een meer bereikt.

Aan het einde van de middag pakken donkere wolken zich samen boven de Franz Josef gletsjer (c) Vaalbruin producties

De gletsjerspleten en geulen zijn iedere dag weer anders. (c) Vaalbruin producties

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

Voor counselling en coaching in de natuur klik hier

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, De Aarde, ecopsychologie, natuur

De eenzame pinguin ; 365 dagen verbinden met de #natuur ; #ecopsychologie


14 januari 2012

Dag 151: De eenzame pinguin

Op het Otago schiereiland, vlakbij de Nieuw-Zeelandse stad Dunedin bevinden zich bijzondere vogelkolonies, waaronder die van de Geeloog pinguin (Megadyptes antipodes). Je mag er gelukkig alleen onder begeleiding naartoe, want dat gedeelte van het eiland is verklaard tot natuurreservaat voor deze Nieuw-Zeelandse natives. Via een uitgebreid overdekt en gecamoufleerd loopgravenstelsel begeleidt een gids je tot zeer dicht bij de nesten. De internationale groep van ongeveer 15 mensen is opgewekt en nieuwsgierig. Bij de eerste aanblik van een pinguin nest slaat dit om in totale verwondering. Zie hier waarom:

Ah mam, is er nog een hapje? (c) Francoise Vaal

Weldra zal vader op pad moeten gaan om meer voedsel te brengen naar deze hongerige snelgroeiende peuters.

Vader tuurt over het strand of de kust veilig is. (c) Francoise Vaal

Na een grondige inspectie van mogelijk gevaar op het strand, waagt hij de overtocht.

De eenzame pinguin

Een verantwoordelijke vader op weg naar de Stille Oceaan. (c) Francoise Vaal

Tegen deze beelden kan geen enkel verhaal op. De herkenning van het leven, het opgroeien, het eten en zorgen, maakt dat ik me voor altijd met dit kleine gezinnetje verbonden zal voelen.

Wordt vervolgd.

Francoise Vaal

Voor counselling & coaching in de natuur klik hier

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, De Aarde, Dieren, ecopsychologie, natuur, zintuigen

Geen beren maar mussen en kikkers ; 365 dagen Verbinden met de #Natuur ; #ecopsychologie


12 januari 2012

Dag 149: Geen beren maar mussen en kikkers

In mijn praktijk werk ik dagelijks met mensen die blokkeren en niet verder komen in het leven, werk of hun relatie. De spreekwoordelijke beren op de weg hebben de overhand gekregen en er is geen doorgang meer zichtbaar. Alles zit muurvast.

Al eerder schreef ik dat ons mens-zijn vaak verheerlijkt wordt vanwege het superieure brein dat wij zouden bezitten. Regelmatig is dat brein echter een behoorlijke vloek, omdat het onmogelijkheden (beren) schept die het voor reëel aanneemt, zonder dat ze onderzocht zijn.

Op zich is een opdoemend probleem niet erg, maar als we er irreële consequenties aan gaan verbinden dan zijn we verkeerd bezig. Het is hard werken geblazen om in het reine te komen met deze beren, zodat ze ons leven niet meer verpesten. We zijn door ons ontwikkelde brein te ver afgeraakt van onze basis: bewegen in de richting van wat ons aantrekt in plaats van wat ons tegenhoudt.

Een aantal weken geleden bezocht ik Waimangu Volcanic valley in de buurt van de stad Rotorua in Nieuw-Zeeland. Een fikse wandeling bergafwaarts langs stoomgaten, zure meren, geisers en slapende vulkanen. Het gevoel dat je hier verbinding maakt met het binnenste van Moeder Aarde maakt een mens nederig. Hier is zij overduidelijk de baas. Ik geniet van het landschap, maar niet van de zwavellucht die je op de koop toe moet nemen. Het lijkt wild en onleefbaar. Aan het einde van de wandeling word ik echter ineens geconfronteerd met luid gekwaak. Er blijkt een poeltje vol gifgroene kikkers te zijn, die hun uiterste best doen om zoveel mogelijk lawaai te maken. Ik kijk om me heen, zie de hete stoom uit allerlei gaten oprijzen en kan bijna niet geloven dat juist hier leven is.

Mijn ongeloof slaat door naar opperste verbazing als ik een klein, driftig sputterend geisertje zie, waar een slimme mus exact door heeft waar hij kan landen zonder zijn pootjes te verbranden. Ik kijk toe als hij in alle rust iets opeet, vlak naast de geiser.

In deze onvriendelijke omgeving zien organismen mogelijkheden voor een bestaan. Ze hebben uitgedokterd waar dat wel en niet kan en maken optimaal gebruik van hun kansen. De mus en de kikkers denken niet in onmogelijkheden. Ze gebruiken hun zintuigen om na te gaan wat goed voor hen is en ondernemen daar actie op. Hun natuurlijke aantrekkingskracht helpt hen te leven. Ze focussen op wat ze willen bereiken, niet op wat in de weg staat.

Ieder mens die last heeft van beren op de weg zou een voorbeeld moeten nemen aan deze mussen en kikkers.

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

Counselling & coaching in de natuur?  klik hier

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, De Aarde, Dieren, ecopsychologie, natuur, zintuigen

Ecopsychologie: 365 dagen Verbinden met de natuur: Zingen zoals je gebekt bent


9 januari 2012

Dag 146: Zingen zoals je gebekt bent

Als er één ding is dat snel opvalt zodra je voet op Nieuw Zeelandse bodem hebt gezet, dan zijn het wel de afwijkende vogelgeluiden. Sommige geluiden zijn heel herkenbaar -die van een mus of merel- maar die van de vogels die alleen in Nieuw Zeeland voorkomen, vallen direct op. Als  je ooit in een dierentuin het geluid van de Australische Kookaburra hebt gehoord, dan weet je hoe vreemd vogelgeluiden in Nederlandse oren kunnen klinken.

De eerste zanger die me opvalt, is de Bell Bird. Hij doet zijn naam eer aan, want hij klinkt als de spreekwoordelijke klok. Te zien krijg je hem amper, dit kleine zangertje met enorm stemgeluid houdt zich graag een beetje schuil. Al turend over de regenwouden met de prachtige varenbomen, probeer ik de Bell Bird te ontwaren. Zonder resultaat.

Meer geluk heb ik later als ik een ander inheems vogelgeluid onterecht bestempel als een door mensen gemaakt geluid. Het klinkt zo vreemd dat het voor mijn oren bijna geen vogel kán zijn! Bij het spotten van deze native heb ik meer geluk. De Tui is bijna net zo groot als een merel en bovendien zwart met een prachtige witte veer op de bef, dus valt wat sneller op in het groen. Hier vind je een voorbeeld waarvan je een beetje een idee krijgt, maar geloof me, het kan nog veel gekker klinken!

Verliefd word ik echter op het ritmische geluid van een klein vogeltje dat ook bijna overal is te horen: de Grey Warbler ( in het Nederlands: de Maori mangrove zanger). Ik hoor hem voor het eerst in het Abel Tasman park, aan de noordelijke kust van het Zuid Eiland. Het is een funky ritme dat zo aanstekelijk werkt dat je mee moet bewegen met het ritme! Het blijft ook in je hoofd zitten. Op dat moment weet ik nog niet dat het de Grey Warbler is. Ik probeer het voor te zingen aan een lokale biologe, die haar best doet, maar er niets mee kan. Pas als ik een cd beluister met Nieuw Zeelandse vogelgeluiden, leer ik wie de hiphop zanger is.

Dat is niet het enige dat me duidelijk wordt. Er is een duidelijk verschil in ritme tussen de zanger op de cd en die in het Tasman park. Die op de cd is veel rommeliger, maakt wel dezelfde tonen, maar niet in het aanstekelijke ritme.

Overal waar ik een Grey Warbler hoor, maak ik een vergelijking met de eerst gehoorde versie. Geen enkele lijkt erop. De Tasman versie wint het te allen tijde van alle anderen. Het is natuurlijk onzin om te denken dat er één vogeltje afwijkt van de groep. Ongetwijfeld zullen de andere soortgenoten ook allemaal hun eigen lied zingen, alleen met dermate kleine verschillen dat het een mensenoor niet opvalt.

Ik realiseer me hoe mooi het is dat ze niet op elkaar lijken, dat ze hun eigen ding doen, zo goed als ze kunnen. Daar zouden wij mensen ook eens vaker stil bij moeten staan:  dat we niet klakkeloos kopiëren van wat ons voorgeschoteld wordt in het leven, maar dat we ons eigen lied maken en authentiek durven zijn.

Wat een wijze les van een heel klein vogeltje.

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

Voor counselling en coaching in de natuur klik hier

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, Dieren, ecopsychologie, natuur