Tagarchief: NSTP

#Onderwijs: Hoe vorm je een roos om tot een aardbei? 365 dagen verbinden met de #natuur – #ecopsychologie


3 april 2012

Dag 230: #Onderwijs: Hoe vorm je een roos om tot een aardbei?

Toen ik gisteren nieuwsberichten bekeek, zag ik het bericht dat de minister van onderwijs vindt dat de ‘pret’ studies teruggedrongen moeten worden. Er zou te weinig werk zijn voor mensen die dierverzorging of theater willen studeren. De studenten zouden gemotiveerd moeten worden om andere studies te kiezen waar vanuit economisch oogpunt veel behoefte aan is. Het eerste dat in mij opkwam was: “All in all you’re just another brick in the wall,” van Pink Floyd. Nog niet veel veranderd dus sinds 1979.

Als een kind niets liever doet dan met dieren omgaan en daar zijn ziel en zaligheid in legt, moet je het dan naar de metaalbewerkingschool sturen? We zijn nu al eeuwen bezig om mensen af te leveren zodat ze in ‘fabrieken’ kunnen werken (een kantoor is net zo goed een fabriek waar en masse iets geproduceerd wordt in mijn ogen). Tegelijkertijd blijven werkgevers maar zeuren om creatieve meedenkende werknemers die niet te vinden zijn. Niet zo gek, want creativiteit wordt in de kiem gesmoord door van alle kinderen eenheidsworst te maken.

Als iedereen moet voldoen aan wat de huidige economie vraagt, ga je geheel voorbij aan het feit dat er in ieder geval een andere economie zou moeten ontstaan (deze overconsumptie economie is eindig, dat moge duidelijk zijn). Een nieuwe economie of samenleving creëren met afgestudeerden die al decennia lang aan de eenheidsworst moeten voldoen, gaat dus niet lukken.

Waarom is dit voor mij, fan van ecopsychologie belangrijk? Ik wil graag de vergelijking maken met het samenwerkende aspect in de natuur. Ieder organisme floreert in eigen essentie door de mogelijkheden van samenleven/samenwerken te onderzoeken en te bewerkstelligen. Alles in de natuur werkt omdat het geleerd heeft samen te werken op de beste wijze voor dat organisme. Een roos blijft een roos en wil geen aardbei worden, maar dat verwachten we wel van onze kinderen.

Ik vind het belangrijk dat kinderen niet alleen hun essentie kunnen volgen maar vooral uitgedaagd worden om daar creatief mee om te gaan en zo hun plaats in een nieuwe economie c.q. samenleving te maken. Dat uitdagende onderwijs moeten we ze geven, waarin ze zichzelf kunnen ontplooien en leren hoe dat het beste werkt in de samenleving.

Als we ze de mogelijkheid ontnemen om hun essentie te volgen door ze in een voorgeproduceerde economische mal te stoppen waar al een fout in zit, dan vraag je toch om problemen? Dan is het niet verwonderlijk dat ze hun heil zoeken in drugs en games en zich niet meer bekommeren om hun sociale omgeving. Wij bekommeren ons toch ook niet om hen als we ze niet laten zijn wie ze eigenlijk zijn?

En dan nog iets, als het pretstudies genoemd worden, wat zijn al die andere dan? En waarom zouden die niet te combineren zijn tot iets nieuws? Leve een onderwijs revolutie! Leve de natuur die al lang heeft uitgevonden wat samenwerken vanuit de eigen essentie is!

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

Je eigen essentie vinden? Klik hier

 

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, ecopsychologie, natuur

Hier zijn geen woorden voor -365 dagen verbinden met de natuur – Ecopsychologie


Sinds vandaag mogen er in Canada weer 400.000 zeehondjes doodGEKNUPPELD worden. Voor vlees en bont… Alsof we geen vlees genoeg hebben en bont nog van dieren moeten halen.

Daar word ik toch even heel stil en verdrietig van…

Wordt vervolgd.

Francoise Vaal

4 reacties

Opgeslagen onder Dagboek, Dieren, ecopsychologie, emoties, natuur

Een #bijwerking van ons #brein – 365 dagen verbinden met de #natuur – ecopsychologie


20 januari 2012

Dag 157: Een bijwerking van ons brein

Een mensenleven kan beheerst worden door het steeds maar rekening houden met wat anderen van je vinden. Men is dan vooral gefocust op welke verwachtingen anderen hebben en aan welke eisen men dus moet voldoen. De blinde vlek die met deze denkwijze gepaard gaat is de aanname die men doet over het denken van anderen. Men denkt te weten hoe de ander over hen denkt, men denkt te weten aan welke verwachtingen voldaan moet worden. Jammer is dat er over deze verwachtingen nooit letterlijk gesproken wordt, juist omdat alles in de aannamevorm blijft. Een gemiste kans, want de realiteit blijft zo onduidelijk en de gerichtheid op anderen blijft bestaan. Dit veroorzaakt stress. Er is geen sprake meer van een persoonlijke focus op het leven; men denkt niet meer aan het eigen belang.

Ik vraag me af of deze manier van (teveel) gericht zijn op anderen ook in de dierenwereld voorkomt. Daarbij denk ik meteen aan een collectief, zoals bij bijen en mieren. Zij werken continu aan het grote geheel. Kennelijk hebben ze ooit gevoeld dat dit goed voor hen werkte qua bescherming, voeding en voortplanting. Je zou dus kunnen zeggen dat het denken aan het lot van het geheel een nuttige strategie is om goed te kunnen voortbestaan als soort.

Hoe zit het dan met individuele dieren zoals een vogel of een vos? In hoeverre houden zij rekening met anderen? Een vogel die in een zwerm behoort (een spreeuw bijvoorbeeld) houdt alleen tijdens het vliegen in de zwerm rekening met een aantal anderen, maar ook niet met de hele groep. Een vos heeft alleen rekening te houden met een andere vos als die in zijn territorium komt. Zijn strategie, net als bij vele andere roofdieren, is juist om alleen door het leven te gaan en je nergens iets van aan te trekken: hij trekt zijn eigen plan.

Er zijn veel voorbeelden van dieren die in groepen/families leven en dieren die juist voor eenzaamheid hebben gekozen. In principe heeft de mens die keuze ook. De keuze om je te richten op anderen wordt pas een probleem als je jezelf niet meer ziet staan. Dan pleeg je roofbouw op jezelf. Een dier, of welk organisme dan ook, zal dat niet gauw gebeuren. Zelfs een bij zal toch eerst zelf eten om goed te kunnen blijven functioneren, alvorens het stuifmeel naar de bijenkorf te vliegen. En daarin bevindt zich de essentie: eerst zelf blijven bestaan als individu en vervolgens aan het geheel denken.

Helaas zijn wij in staat om het spoor bijster te raken door te geloven in niet geverifieerde aannames en irreële overtuigingen. Een vervelende bijwerking van ons brein.

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

Gecoacht worden in de natuur? Klik hier

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, Dieren, ecopsychologie, emoties, natuur

Twee #bomen en een belangrijke les – 365 dagen verbinden met de #natuur – #ecopsychologie


18 januari 2012

Dag 155: Twee bomen en een belangrijke les

 Mijn liefde voor bomen steek ik niet onder stoelen of banken. Niet alleen vind ik het reusachtige kunstwerken, daarnaast voel ik hun essentiële bijdrage voor het leven op aarde tot diep in de botten. Bomen zijn voor mij geen massagoederen, maar zo langzamerhand een bedreigde soort aan het worden. De Bomenridders zijn druk op Twitter en stellen iedere massale kap in Nederland aan de kaak. En terecht. Ik ben blij dat er veel mensen zijn die zich bekommeren om onze grote groene vrienden.

Geïnspireerd door dit prachtige filmpje, besef ik opnieuw de onverbrekelijke band die Het Leven heeft met bomen. Niet alleen geven ze beschutting tegen de zon en kunnen dieren zich erin verschuilen, maar ze zuiveren ons grondwater voordat ze het weer verdampen, nemen ze onze veel te hoge CO2 uitstoot in zich op, verkoelen de bodem en, oh ja, ze geven ook nog zuurstof!

Het is niet alleen respectabel dat ze dit allemaal kunnen, het verdient een diepe buiging voor hóe ze dat allemaal bewerkstelligen. Deze boom kwam ik tegen in het Abel Tasman national park (NZ):

Hier sta je als boom tenminste een beetje rustig. © Françoise Vaal

Deze zag ik een aantal jaren geleden in de Canadese provincie Quebec:

Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan! © Françoise Vaal

Beide bomen zijn voor mij het toonbeeld van doorzettingsvermogen, kracht, vernuft, creativiteit en originaliteit. Hun wil om te leven en te groeien is fenomenaal. Ze laten zich niet uit het veld slaan, maar vinden manieren om tot het beste resultaat te komen. Als dat is dat je om een rotsblok heen moet groeien, dan is dat goed, en als je alleen op een eenzame rots in zee moet staan, dan werkt dat ook prima. Leven is hun aantrekkingskracht.

Eens te meer realiseer je als mens hoeveel eisen wij aan onze omgeving stellen. Soms gaan we daar helemaal in op: we denken alleen maar aan het verbeteren en perfectioneren van onze leefomstandigheden en vergeten daarbij ons persoonlijke authentieke groeiproces. Deze bomen willen alleen maar groeien en zichzelf zijn. Ze werken met wat voorhanden is en respecteren dat. De stenen hoeven niet weg, het rotsje hoeft geen plaats te maken voor een mooi weiland. Het is goed zoals het is.

Deze twee inventieve bomen leren ons dat creatief zijn met dat wat er voorhanden is, juist ons originele zelf naar boven haalt.

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

Voor counselling en coaching in de natuur klik hier

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, Dieren, ecopsychologie, natuur, zintuigen

Overlevingsstrategie: brutaliteit of vriendelijkheid? – 365 dagen verbinden met de #natuur – #ecopsychologie


16 januari 2012

Dag 153: Overlevingsstrategie: brutaliteit of vriendelijkheid?

Op mijn reis door Nieuw-Zeeland werd ik steeds opnieuw geconfronteerd met dieren, in het bijzonder inheemse loopvogels, die op de rode lijst staan wegens hun zeldzaamheid. In de eerste plaats is dat de koddige kiwi, de nationale vogel van Nieuw-Zeeland. De arme vogel heeft veel te lijden gehad onder de introductie van voornamelijk de hermelijn, die hun eieren rooft.

Er zijn gelukkig meerdere dierentuinen met fokprogramma’s. De kiwi’s (zoals de Nieuw-Zeelanders zichzelf noemen) doen veel voor de kiwi’s. (Met de vrucht gaat het overigens goed.) Onder andere door het veelvuldig plaatsen van vallen tegen de hermelijnen.

Ik heb het geluk gehad kiwi’s in een kleine dierentuin in het donker, wanneer ze actief zijn, te mogen zien. Ze zijn veel groter dan ik gedacht had. Ze kunnen ook best wild zijn (vooral tijdens het paringsritueel) en je zou denken dat ze die hermelijnen wel de baas zouden kunnen. Maar grootte is kennelijk niet genoeg. Er moet iets meer bij komen wil je rovers van je afhouden.

Aan de westkust van het Zuid-Eiland had ik een ontmoeting met een andere vogel die ook beschermd is: de weka. Deze had vooral last van de inheemse bevolking, de maori’s, die de weka op het menu hadden staan.

De weka is ongeveer even groot als de kiwi, maar is vaker in het daglicht te bewonderen. Ze zijn niet bang uitgevallen en weten heel goed dat een mens ook ‘eten’ kan betekenen.

De weka's weten heel goed dat mensen iets eetbaars kunnen leveren. © Françoise Vaal

Terwijl ik zat te schrijven op de veranda van het huisje hoorde ik continu geritsel van voedselzoekende weka’s om me heen. Af en toe kwam er eentje dichtbij die me inspecteerde of ik iets van voedsel ging produceren en als dat niet zo was liep hij/zij gewoon weer weg. Ik vond het wel gezellig met die wroetende vogels om me heen.

Twee weka's die in de gaten houden of er ergens iets te halen valt. © Françoise Vaal

De weka lijkt het beter te doen dan de kiwi. Zou het komen omdat de weka meer mogelijkheden heeft geschapen voor zichzelf door overdag ook productief te zijn? Of zit het hem in het feit dat hij brutaler is dan de kiwi? Ons gezegde: “brutale mensen hebben de halve wereld” zou dan dus ook op de weka van toepassing zijn. In beide gevallen is het misschien een kwestie van karakter.

Het gaat niet om de sterkste die overleeft, maar om degene die het slimst met de aanwezige mogelijkheden om kan gaan. De kiwi is wellicht te vriendelijk, maar voor ons maakt hem dat juist weer charmant. Vriendelijkheid kan dus ook een overlevingsstrategie zijn. De Nieuw-Zeelanders zijn tenslotte als een blok voor hem gevallen en doen hun uiterste best hem weer op de kaart te zetten. Dus wat is nu een betere levensstrategie, brutaliteit of vriendelijkheid?

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

Voor counselling & coaching in de natuur klik hier

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, Dieren, ecopsychologie, natuur

Gevraagd: dwarsliggers! 365 dagen Verbinden met de #natuur ; #ecopsychologie


13 januari 2012

Dag 150: Gevraagd: dwarsliggers!

Directeuren, managers en coaches zijn vaak heel druk met de vraag: hoe stel ik een goed en efficient team samen? Edward de Bono schreef over de diversiteit binnen een team in zijn boek ‘Zes denkende hoofddeksels’. Iedereen is het erover eens dat diversiteit in een team noodzakelijk is. Het versterkt de gezamenlijke intelligentie, ofwel het totaal zou meer dan de som der delen zijn.

Als iedereen hetzelfde zou denken of doen, dan zou er veel van dezelfde kracht vrijkomen. En die zou dan juist destructief zijn in plaats van creërend. Je zou het omgekeerde misschien denken, maar  tegenwerkende krachten kunnen elkaar juist positief versterken. Een team is sterk als de teamleden zich niet klakkeloos aan elkaar aanpassen, maar met eigen ideeen komen. Als een teamlid een bepaalde ontwikkeling inzet, moeten er reacties loskomen. Dit vormt de basis om naar perfectionering van het systeem toe te werken. Je zou ook kunnen zeggen: dwarsliggen is verplicht!

Het ligt natuurlijk niet zo zwart/wit als ik hierboven schets, want als iedereen dwarsligt vanuit eigenwijsheid of door niets van anderen aan te nemen, dan is het team gedoemd te mislukken. Het is dan meer dwarsliggen in de zin van de eigen authenticiteit naar voren schuiven. Uiteindelijk gaat het om het respecteren van de ideeën en eigenheid van de ander waarna je kunt inventariseren of je daar zelf iets aan hebt.

 En waar hebben we dit eerder gezien? In de natuur! Ieder organisme lijkt zijn eigen ding te doen, maar werkt juist samen met de omgeving om tot het beste resultaat te komen. Het is gewillig een teamlid van het systeem voor eigen overleving. 

Als ik naar voorbeelden in mijn eigen tuin kijk, dan erger ik me bijvoorbeeld dood aan gras dat dwars door een bloembed groeit. Driftig probeer ik het er allemaal uit te rukken, want ik wil op die plek alleen bloemen en geen gras. Mijn gedachte is dat de bloemen overwoekerd raken en het gras de overhand krijgt. Als ik echter goed kijk, zie ik dat dit niet het geval is. Het gras groeit er wel tussendoor, maar krijgt alleen die ruimte van de bloemen die het mag hebben.  De bloemen schijnen geen last van het eigenwijze gras te hebben. Wint het bloembed er iets mee? Ja, het gras beschermt de bloemen namelijk als het heel hard waait.

Natuurlijk zijn er woekerplanten en woeker-teamleden. Als die eenmaal hun kans zien en geen rekening houden met de andere leden dan is het gebeurd met de samenwerking. In een ideaal systeem kan ieder teamlid zichzelf zijn en tegelijkertijd openstaan voor de meningen van anderen. Authenticiteit is geboden! 

Als we nu eerst maar eens onze ego’s los konden laten….

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

Voor counselling & coaching in de natuur klik hier

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, ecopsychologie, emoties, natuur, Uncategorized

Geen beren maar mussen en kikkers ; 365 dagen Verbinden met de #Natuur ; #ecopsychologie


12 januari 2012

Dag 149: Geen beren maar mussen en kikkers

In mijn praktijk werk ik dagelijks met mensen die blokkeren en niet verder komen in het leven, werk of hun relatie. De spreekwoordelijke beren op de weg hebben de overhand gekregen en er is geen doorgang meer zichtbaar. Alles zit muurvast.

Al eerder schreef ik dat ons mens-zijn vaak verheerlijkt wordt vanwege het superieure brein dat wij zouden bezitten. Regelmatig is dat brein echter een behoorlijke vloek, omdat het onmogelijkheden (beren) schept die het voor reëel aanneemt, zonder dat ze onderzocht zijn.

Op zich is een opdoemend probleem niet erg, maar als we er irreële consequenties aan gaan verbinden dan zijn we verkeerd bezig. Het is hard werken geblazen om in het reine te komen met deze beren, zodat ze ons leven niet meer verpesten. We zijn door ons ontwikkelde brein te ver afgeraakt van onze basis: bewegen in de richting van wat ons aantrekt in plaats van wat ons tegenhoudt.

Een aantal weken geleden bezocht ik Waimangu Volcanic valley in de buurt van de stad Rotorua in Nieuw-Zeeland. Een fikse wandeling bergafwaarts langs stoomgaten, zure meren, geisers en slapende vulkanen. Het gevoel dat je hier verbinding maakt met het binnenste van Moeder Aarde maakt een mens nederig. Hier is zij overduidelijk de baas. Ik geniet van het landschap, maar niet van de zwavellucht die je op de koop toe moet nemen. Het lijkt wild en onleefbaar. Aan het einde van de wandeling word ik echter ineens geconfronteerd met luid gekwaak. Er blijkt een poeltje vol gifgroene kikkers te zijn, die hun uiterste best doen om zoveel mogelijk lawaai te maken. Ik kijk om me heen, zie de hete stoom uit allerlei gaten oprijzen en kan bijna niet geloven dat juist hier leven is.

Mijn ongeloof slaat door naar opperste verbazing als ik een klein, driftig sputterend geisertje zie, waar een slimme mus exact door heeft waar hij kan landen zonder zijn pootjes te verbranden. Ik kijk toe als hij in alle rust iets opeet, vlak naast de geiser.

In deze onvriendelijke omgeving zien organismen mogelijkheden voor een bestaan. Ze hebben uitgedokterd waar dat wel en niet kan en maken optimaal gebruik van hun kansen. De mus en de kikkers denken niet in onmogelijkheden. Ze gebruiken hun zintuigen om na te gaan wat goed voor hen is en ondernemen daar actie op. Hun natuurlijke aantrekkingskracht helpt hen te leven. Ze focussen op wat ze willen bereiken, niet op wat in de weg staat.

Ieder mens die last heeft van beren op de weg zou een voorbeeld moeten nemen aan deze mussen en kikkers.

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

Counselling & coaching in de natuur?  klik hier

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, De Aarde, Dieren, ecopsychologie, natuur, zintuigen

Ecopsychologie: 365 dagen Verbinden met de natuur: Wie verbindt zich met wie?


1 januari 2012

Dag 145: Wie verbindt zich met wie?

Verbazingwekkend blijf ik het vinden hoe snel dieren, met name vogels, het door hebben dat er bij ons iets te halen valt. Ik vraag me af of hoe ze naar ons kijken. Zijn wij enorme struiken waar eten vanaf valt, of zijn wij dieren die rommelige eters zijn en altijd wel iets achterlaten?

Terrassen zijn DE plekken om je maaltje op te halen. Het gebeurt ook wel eens dat je tijdens een verblijf in de natuur een vogel tegenkomt die steeds dichterbij komt en nieuwsgierig is. Weet een vogel dan al dat de kans groot is dat er iets te smikkelen valt? Soms krijg ik het gevoel dat ze door hebben dat als ze maar doortastend genoeg zijn, ze vanzelf iets gaan krijgen.

Zo zag ik gister een lijster die heel dichtbij kwam en mij inspecteerde. Ik at een boterham en was eigenlijk niet van plan iets weg te geven. Een mens, ondergetekende in ieder geval, smelt uiteindelijk toch en uiteraard kreeg de lijster een stukje. Het werd niet meteen opgegeten, maar meegenomen. Even later kwam hij weer terug en keek me doordringend aan: “Daar lust ik meer van!”

Ik denk dat het vogelvolk in zijn geheel toch door heeft dat er bij die rare tweebenige wezens altijd wel iets te halen valt. We zijn de voedsel-verspreidende-organismen. Het roodborstje in mijn tuin weet dit maar al te goed. Als de voederplaats in de winter leeg is, gaat hij op het randje zitten en kijkt naar binnen, wetende dat het daar vandaan moet komen. Die houding blijft niet onopgemerkt, ik doe er meteen iets aan. Maar verbind ik me nu aan het roodborstje of het roodborstje zich aan mij?

Laten we het maar houden op een win-win situatie: ik krijg een goed gevoel als ik het roodborstje lekker zie eten, en het roodborstje voelt zich goed door het eten. Een eenvoudige maar o zo mooie verbinding.

Wordt vervolgd.

Francoise Vaal

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, Dieren, ecopsychologie, natuur

Ecopsychologie: 365 dagen verbinden met de natuur: Veroveren of imiteren


23 december 2011

Dag 143: Veroveren of imiteren

Je hoeft maar een museum in te lopen, waar dan ook ter wereld, en de geschiedenis van het veroveren van land komt naar voren. Het exploreren van onbekende gebieden lijkt ons in het bloed te zitten, en dan bedoel ik nog niet eens ´wij, Nederlanders´. Het zit ieder mens in het bloed. Het zoeken naar nieuwe mogelijkheden om land te verbouwen, zoeken  naar nieuwe plekken om je vee te laten grazen, of gewoon nieuwsgierigheid naar het onbekende.

De meesten gaan af en toe op vakantie om een nieuwe horizon te zien en sommigen proberen gevaarlijke plekken te bedwingen. Zo zag ik een aantal dagen geleden een video van de ´human bat´. Een man die in een soort van vleermuispak zichzelf van een berg stort en zo met zeer grote snelheid door een canyon ´vliegt´. Ik geloofde mijn ogen niet!

Is dit een voorbeeld van uit de band willen springen, aandacht vragen of de natuurwetten doorgronden, gebruiken en weerstaan? Misschien wel allemaal tegelijk. Het is een menselijke ontdekkingstocht naar natuurlijke mogelijkheden die, in dit geval, vogels allang hebben benut. In die zin is de natuur ons voorbeeld.

Bergbeklimmers zijn net steenbokken, alhoewel laatstgenoemden nog steeds veel makkelijker over hoge richels lopen. In bungeejumpers zie ik diverse vogels die zich naar beneden laten vallen alvorens ze hun vleugels spreiden en wegvliegen. Dat laatste kunnen we alleen maar imiteren met een parachute. Speedboten die met grote snelheid over het wateroppervlak scheren zouden vogels kunnen imiteren die hetzelfde doen om vis te ontwaren. Een beetje jammer dat er nog steeds veel herrie komt kijken bij de menselijke uitvinding.

Maar gaat het nu om overmeesteren van wetten van de natuur, of er optimaal gebruik van leren maken en het imiteren? Misschien valt er voor beide iets te zeggen. Ons ego wordt natuurlijk gestreeld als wij iets kunnen dat normaliter niet voor onze soort is weggelegd. Tegelijkertijd verwonderen we ons over organismen en dieren die dingen hebben uitgevonden waar wij niet aan kunnen tippen. Dus willen we dan gewoon beter zijn dan de natuur, of kunnen we het bewonderen, ervan leren en het op de best mogelijke manier imiteren?

Wordt vervolgd.

Francoise Vaal

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, De Aarde, Dieren, ecopsychologie, natuur

Ecopsychologie: 365 dagen Verbinden met de Natuur: 1 beslissing…grote gevolgen


21 december 2011

Dag 142: 1 beslissing… grote gevolgen

Iedere keer weer fluit de natuur ons terug. We brengen veranderingen aan, denkend dat we het goed doen, maar veroorzaken een ramp. Vandaag heb ik geleerd welke desastreuze gevolgen onze goede bedoelingen kunnen hebben.

Zowel in Australie als in Nieuw Zeeland zijn ooit konijnen geintroduceerd. Ze kwamen er van origine niet voor. Nu weten we allemaal hoe goed konijnen zich voort kunnen planten en dat ze al snel een plaag vormen. Dat gebeurde dan ook down under.  De mens bracht iets mee dat een grote impact op de omgeving had. Laten we wel zijn, dat waren niet alleen de westerlingen die zich kwamen vestigen in de 19e eeuw. Eeuwen eerder namen de Maori’s per ongeluk ratten en muizen mee, die ook niet  voor kwamen op de eilanden.

Gevolg van deze ongewilde introductie was dat er een plaag ontstond. Dus wat denken we dan: als we een plaag hebben proberen we dat tegen te gaan door zelf zo min mogelijk energie te gebruiken: laten we een ander dier inzetten. In het geval van Nieuw-Zeeland werden dat wezels om de konijnen op te eten.

Dat lijkt dan een goed idee, maar de mens kan niet goed overzien wat 1 beslissing een heel ecosysteem aandoet. In het bovenstaande geval deden de wezels goed werk, maar toen het konijnenaantal  drastisch was  verminderd, gingen ze over op vogeleieren. En daar ontstond een probleem: de vogels in Nieuw-Zeeland waren nooit predatoren gewend en konden dus makkelijk weggejaagd of zelfs gevangen worden. Gevolg: inheemse vogelsoorten staan op de rode lijst omdat ze bijna uitgeroeid zijn, zoals bijvoorbeeld de kiwi en de kakapo (een soort loop papagaai).

Iedere beslissing die de mens neemt kan veel grotere gevolgen hebben dan aanvankelijk wordt bedacht. We zijn teveel gericht op onszelf en het eigen welzijn om goed de gevolgen voor een systeem te overzien.

Dat werkt in ons prive leven ook zo.  We denken aan onszelf en overzien de gevolgen niet voor onze relatie, of soms voor onze familie. We zijn te ver af geraakt van een gezamenlijk systeem en kunnen met gemak meer stuk maken dan ons lief is.

In plaats van denken wat er goed voor ons is, zou het goed kunnen zijn om te bedenken wat onze beslissing betekent voor mensen in onze naaste omgeving, en vooral hoe je tot een win/win situatie kunt komen. Er zou veel leed bespaard kunnen worden, met name in relaties, als er meer bewustzijn is over wat goed is voor allen.

Wordt vervolgd.

Francoise Vaal

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, De Aarde, Dieren, ecopsychologie, natuur

Ecopsychologie: 365 dagen verbinden met de natuur: het leven in steen


16 december 2011

Dag 140: Het leven in steen

Meestal besteed je er niet veel aandacht aan, aan stenen of rotsen. Wel als er met veel omhaal op gewezen wordt als je ergens langs rijd. Voor Nederlanders is dat natuurlijk meestal in het buitenland, want veel rotsen of interessante steenlagen hebben we niet. Natuurlijk wel de hunnebedden. Dat leer je al heel vroeg op school. Toen kon ik al wegdromen bij het idee dat die stenen van heel ver gekomen zijn en enorme afstanden hebben afgelegd. Reizigers avant la lettre, zou je kunnen zeggen.
Ze intrigeren me. Als ik in de tuin werk valt het me soms op dat er hele mooie stenen tussen het grind zitten. Soms pak ik ze eruit en leg ze op een speciale plek, ergens in huis. De bijzonderheid dat een steen, maar ook de mineralen die erin gevormd zijn, er zo lang over heeft gedaan om deze vorm te krijgen, doet me iets. Rotsen en stenen zijn voor mij zeker geen dood materiaal. Hoe meer ik ze bewonder, hoe meer ik me verbonden voel met dit aardse.

Wordt vervolgd.

Francoise Vaal

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, De Aarde, ecopsychologie, natuur

Ecopsychologie: 365 dagen Verbinden met de Natuur: Het zit ‘m in de neus


14 december 2011

Dag 139:  Het zit ‘m in de neus

Eerder schreef ik al over onze zintuigen en dat we er veel meer hebben dan we denken. Bijvoorbeeld het zintuig om het noorden te kunnen vinden zoals vogels dat kunnen, is wel een hele mooi en vo0ral praktisch zintuig. Ik vroeg me af hoe ganzen hun richting vinden als ze in de mist vliegen. Dat kunnen ze dus doordat ze automatisch het magnetische noorden traceren.

In het nieuwe boek, geinspireerd op de BBC show QI, The Second book of General Ignorance, staat een hoofdstuk over dit specifieke zintuig. Ofwel, waarom mensen toch steeds in een cirkeltje lopen als ze in een bos lopen. Als er geen referentiepunten zijn hebben we de neiging om de beruchte cirkel te maken. Dit zou anders kunnen als we ons magnetische noorden zintuig weer in ere zouden herstellen. En ja, ook wij hebben dat zintuig!

Vogels kunnen het noorden vinden omdat ze magnetiet kristallen in hun brein hebben. Diezelfde kristallen hebben wij ook maar dan in ons neusbot! De duitse Peter Konig, cognitief wetenschapper aan de universiteit van Osnabruck, heeft proeven gedaan om dit zintuig te heractiveren. Hij deed een metalen band om zijn middel, voor langere tijd, zelfs ’s nachts. De band had 13 pads die verbonden waren met een sensor die zou vibreren als hij richting het noorden bewoog. Hij voelde dus steeds een trilling bij het gaan naar het noorden. Uiteindelijk heeft hij de band afgedaan, waarna bleek dat hij nog steeds het noorden kon vinden. Zijn zintuig was gereset!

Het is een mooi bewijs van het feit dat wij dit natuurlijke zintuig nog steeds hebben. Helaas kan ons brein de signalen niet meer interpreteren. Dat werkt hetzelfde als wanneer je bijvoorbeeld alleen maar op een navigatiesysteem vertrouwt en niet meer zelf naar de omgeving kijkt, de lichtval of belangrijke representatie punten negeert. Door te vertrouwen op externe bronnen gebruiken we onze eigen zintuigen niet meer. Jammer, want het voelt zo heerlijk om op jezelf te kunnen vertrouwen!

Wordt vervolgd.

Francoise Vaal

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, De Aarde, ecopsychologie, natuur, zintuigen

Ecopsychologie: 365 dagen Verbinden met de Natuur: Over de doden niets dan goeds


5 december 2011

Dag 133: Over de doden niets dan goeds

Ik lees een tweet waarin melding wordt gemaakt van een crematorium dat energie gaat opwekken. Eerste gedachte die bij me opkomt (heel sarcastisch): “Zijn de doden toch nog ergens goed voor!” Verder de berichtenstroom doorlopend dacht ik er eigenlijk niet meer over na, maar ineens schoot het me te binnen. Dat is wat de natuur natuurlijk ook doet: energie halen uit organismen die zijn overleden! Natuurlijker kan het bijna niet. De circle of life zet zich op deze manier al miljarden jaren voort. Van waar dan mijn eerste sarcastische reactie?

Het idee gegeten te worden stuit ons tegen de borst. Ik ga bijna denken dat dit ook te maken heeft met het antropocentrisme (de mens verheffen boven de natuur), waar ik al eerder over schreef. Als wij niet voelen dat we behoren tot de natuur, dan willen wij ook niet op een natuurlijke manier terugkeren.

Een tijd geleden zag ik een documentaire waarin een begrafenis ritueel in Tibet werd gefilmd. De mensen wonen daar op rotsen, hoog in de bergen, en er is geen zachte grond, maar ook geen fatsoenlijke ruimte om mensen te begraven. Dus is er voor een andere oplossing gekozen. De doden worden in stukken gesneden door een speciaal daarvoor aangestelde man, en vervolgens worden de stukken op een speciale plek gevoerd aan de gieren.

Ik moest ook even wennen aan het idee toen ik het voor het eerst zag, maar later kon ik er de schoonheid van inzien. Boeddhisten geloven in reïncarnatie en op deze wijze wordt de mens gerecycled naar een volgend leven. De achtergebleven bewoners zijn blij met de opruiming, en de gieren worden gevoerd. Een win-win situatie dus.

Als we begraven worden dan zou je nog kunnen bedenken dat de wormen ons uiteindelijk te pakken krijgen of wellicht wat bacteriën, maar of dat echt helpt met de voedselketen, dat vraag ik me af.

Toch is het geen raar idee om nuttig te willen zijn na onze dood. Er zijn genoeg mensen die een donor codicil invullen en zichzelf willen recyclen. Dan zal het energie opvangen bij een crematie ook wel geen probleem zijn. Wel jammer dat daar weer veel hitte aan te pas moet komen. Het terugwinnen van energie die je er eerst hebt ingestopt is al heel nobel, maar het zou nog mooier zijn als er geen energie aan te pas hoeft te komen om je van een lijk te ontdoen, maar dat het ontbindingsproces energie oplevert. Dan is er sprake van echte winst.

Hoe dank ook: op deze manier verbinden we ons wel weer met de natuur.

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

 

Voor counselling in de natuur klik hier

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, ecopsychologie, emoties, natuur

Ecopsychologie: 365 dagen Verbinden met de Natuur: Toestemming vragen aan de natuur


3 december 2011

Dag 131: Toestemming vragen aan de natuur

Stel dat er iemand bij je aanbelt, je doet de deur open en deze persoon loopt, zonder iets te zeggen, meteen door naar de keuken, graait in de koelkast naar voedingsmiddelen en begint deze voor je neus op te eten. Welke gevoelens komen er dan bij je naar boven? Zou je angstig zijn of boos? Of misschien teleurgesteld dat deze persoon je niets vraagt? Wat gebeurt er met de energie in je huis als een wildvreemde zomaar binnenkomt? Zeer waarschijnlijk voelt de energie meteen negatief. Deze persoon hoort tenslotte niet in het levensweb dat je in je huis hebt gesponnen.

Een zelfde vergelijking kun je maken als het huis de natuur is, en de indringer de mens. In wezen gebeurt precies hetzelfde als er een graafmachine in de aarde wordt gezet om bijvoorbeeld mineralen eruit te halen. De natuur heeft er honderden, zo niet duizenden jaren over gedaan om zich te vormen en onderlinge relaties aan te gaan die zeer coöperatief en voedend zijn, en ineens wordt dat web uit elkaar getrokken door een machine. De energie die op die plek heerste wordt dus wreed verstoord, met alle rampzalige gevolgen van dien.

Als een vreemde toestemming aan je vraagt om iets te mogen eten uit je koelkast, voelt dat al heel anders aan, dan wanneer deze persoon lukraak binnenkomt. Je bent dan altijd nog in staat om te kiezen of je toestemming geeft of niet.

Stel je eens voor dat we toestemming aan de natuur zouden vragen voordat we gaan graven of bouwen? Hoe zou dat voor het ecologische systeem zijn? Ik hoor je denken: wat een onzin, de natuur kan toch geen antwoord geven!

Niets is minder waar, als je maar de moeite wil nemen om te ervaren wat de natuur je te vertellen heeft. Er zijn ‘landschap fluisteraars’ (biologen of ecologen maar ook boeren) die een natuurlijke omgeving heel goed kunnen ‘lezen’. Ze bestuderen alle onderdelen van een gebied, voelen hoe het met elkaar samenwerkt en passen daarop hun plannen aan. Er zijn architecten die gebruik maken van deze diensten om hun ontwerp zo goed mogelijk in de omgeving te laten passen en het zo min mogelijk te verstoren.

Op deze manier zou je kunnen zeggen dat je toestemming aan het gebied vraagt door te respecteren wat er gaande is en daar rekening mee te houden. Je laat dan het modeleren naar menselijke maatstaven los en accepteert dat je moet samenwerken met de natuurlijke omgeving in plaats van het te domineren en te vernietigen.

Als je op een dergelijke doordachte manier omgaat met een gebied zou het wel eens kunnen zijn dat je veel betere ideeën kunnen ontwikkelen omdat je brein niet in de platgetreden paden treedt. Met nieuwe inzichten valt veel te redden!

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

 

Voor counselling in de natuur klik hier

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, De Aarde, ecopsychologie, natuur, zintuigen

Ecopsychologie: 365 dagen Verbinden met de Natuur: Als de natuur voorrang neemt


2 december 2011

Dag 130: Als de natuur voorrang neemt

Deze week staat voor mij in het teken van het voorrang verlenen. Een paar dagen geleden moest ik boven op de remmen voor een woerd die iets te langzaam hoogte maakte en rakelings over mijn motorkap scheerde. Toen ik in mijn achteruitkijkspiegel keek zag ik de bestuurder in de auto achter mij zijn hoofd schudden. Deed hij dat tegen de eend of tegen mij?

Vanmorgen moest ik pas op de plaats maken voor twee net opstijgende zwanen die vanaf de plassen de polder in wilden. Ze moesten snel stijgen in verband met de dijk en nog eens extra omdat ik daar liep. Wat een enorme kracht hebben die vleugels als je daar vlak onder staat! Even een momentje stilstaan bij het dagelijks leven van een dier doe ik graag. Me even verwonderen doet wonderen voor mijn gemoed.

Een tijdje geleden reed ik in mijn auto en kwam vlak bij mijn huis in een kleine file terecht. Dat is heel ongebruikelijk op die plek dus ik stak mijn hoofd uit het raam om te zien wat er aan de hand was. Een rebelse koe rende over de weg met twee mensen erachter aan. Ik schoot meteen in de lach omdat de koe zich niet liet vangen en onverwachte bewegingen maakte.

Op het tegenliggende weggedeelte stonden ook een aantal auto’s stil. Iemand schoot de twee mensen te hulp, twee andere mensen stapten boos uit en begonnen te vitten op de twee koeienvangers. Of ze niet beter op hun koe konden letten! Het is duidelijk dat voor dit soort mensen dieren alleen maar lastig zijn.

Uiteindelijk laat de koe zich toch achter een hek manoeuvreren en het verkeer kan weer doorrijden. De meeste mensen steken nog even de hand op naar de koeienvangers, maar de negatieve ‘ik ben belangrijk’-mensen uiteraard niet.

Een groot gedeelte van onze maatschappij is doordrenkt van dit antropocentrisme ofwel het denken dat de mens het centrum van het universum is. We hebben hier helaas al eeuwen mee te maken en het is een moeilijk uit te roeien gezichtspunt.

Ik vind het juist geweldig als er weer een bouwproject wordt stilgelegd door een zeldzame hamster of salamander. Natuurlijk heb ik ook begrip voor de aannemers, maar ik geniet van het feit dat er mensen oplettend zijn en voorrang aan de natuur geven. Want als we iets slecht kunnen dan is het wel voorrang geven aan het leven dat natuur heet. (We kunnen al slecht voorrang aan medemensen geven uit angst tekort gedaan te worden).

Laatst raakte er een pony te water, geschrokken van het plotselinge gebalk van een ezel. Veel mensen stopten, stapten uit, vroegen of ze konden helpen. Ook hier zie je weer zure types voorbijrijden die het vervelend vinden dat ze moeten wachten voor de aanstormende brandweerauto. Ik hoop dat deze zuurlingen verworden tot een zeer kleine minderheid, en dat het voorrang geven aan de natuur bij iedereen in het systeem komt.

Tenslotte is het een mindfulness cadeautje als een mensenleven even tot stilstand wordt gebracht omdat een dier voorrang neemt.

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

 

Voor counselling in de natuur klik hier

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, Dieren, ecopsychologie, natuur

Ecopsychologie: 365 dagen Verbinden met de Natuur: Het perfecte geven en nemen


1 december 2011

Dag 129: Het perfecte geven en nemen

Ik hou van de natuur en ben graag buiten, maar ik hou ook van internet en de natuurlijke cadeautjes die ik daarop tegenkom. Vanmorgen liep ik tegen dit prachtige filmpje over bestuiving aan. Bestuiving is nu niet een onderwerp waar ik vaak aan denk, maar dit filmpje maakt me bewust van het prachtige proces dat bloemen en dieren met elkaar hebben.

Het draait allemaal om aantrekkingskracht. Ze hebben maar 1 doel en dat is hun leven doorgeven. Voor de bloem betekent dat: stuifmeel meegeven. Je vraagt je af hoe dat voor het eerst is ontstaan. Was de bloem er eerst en had deze al het gevoel iets te moeten lokken om vervolgens stuifmeel kwijt te raken? Of was de bloem daar nog niet mee bezig en werd er al gefoerageerd door vogels en insecten waarná ze op het idee kwam?

Een schitterend mechanisme zit hier achter: het samen evolueren en in samenwerking het leven door willen geven. Het gaat om onlosmakelijk met elkaar verbonden willen zijn. Er is een onuitgesproken afspraak: ik geef jou eten, draag jij dan mijn stuifmeel naar een andere bloem.

Wat zou het mooi zijn als de mens dit ook tot in de perfectie zou kunnen beheersen (ik besef dat ik daarmee mezelf als relatiecounselor uit de markt prijs). Juist in mijn vak kom ik relaties tegen waarin het geven en nemen volledig scheef is gegroeid. Er is 1 persoon die veel geeft, en de ander neemt teveel. De gever loopt leeg en er ontstaan moeilijkheden.

Wij mensen kunnen veel te lang blijven hangen in een situatie die ons niet meer voedt. We gaan, om wat voor reden dan ook, maar door, en hebben niet in de gaten dat we al lang niets meer krijgen.

In een relatie of verbinding is er altijd een samenwerking, een uitwisseling van geven en nemen. Dat is de basis van de hele natuur: evenredig geven en nemen. Nemen zonder te vervuilen en verantwoordelijkheid nemen om iets terug te geven aan het systeem waartoe je behoort.

Het hele bestuivingproces is een tot in de perfectie uitgevoerd systeem, ontstaan zonder gedachten, alleen maar gebaseerd op aantrekkingskracht en de drijvende kracht het leven door te willen geven. De beste manier die de natuur daarvoor heeft gevonden is: geven en nemen.

Wat zijn we toch ver weg geraakt van deze perfecte verbinding.

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

 

Voor counselling in de natuur klik hier

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, Dieren, ecopsychologie, natuur, zintuigen

Ecopsychologie: 365 dagen Verbinden met de natuur: Dieren als redders


26 november 2011

Dag 124: Dieren als redders

Deze week ontwaar ik een mooi contrast in de natuur. Allereerst zie ik een stukje herhaling van de eerste Frozen Planet aflevering waarin een grote bizon een kleine bizon hardhandig ondersteboven loopt en het kleintje daarmee opoffert aan de wolven. Vreselijk om te zien, maar door deze actie wordt het lijden van de kleine bizon aanzienlijk verkort. En daarmee natuurlijk ook de onveiligheid van de kudde. Mijn overheersende reactie is de schok. Het hoort er allemaal bij, ik weet het, en toch kan ik het niet nalaten om mijn menselijke gedachten de ruimte te geven: waarom vallen die grote bizons die wolven niet aan? Met vereende krachten lopen ze in een echte stampede de wolventroep onder de voeten. En1000 kiloover je heen krijgen vindt ook een wolf geen pretje. Maar goed, ze doen het niet, en daar zal ongetwijfeld een reden voor zijn. In ieder geval leek er weinig begrip van de grote bizon voor de kleine te zijn. Maar misschien was er juist veel begrip bij de grote bizon door bewust het lijden te verkorten?

Gelukkig struikelde ik vanmorgen over een tweet waarin werd verwezen naar een gekko die en andere in levensgevaar verkerende gekko te hulp komt. Klik hier voor de video.  Hier is het bewijs dat er dus wel degelijk empathie bestaat in de dierenwereld en dat het niet ‘ieder voor zich’ is. Moederdieren die hun kinderen redden, zien we natuurlijk regelmatig. Maar volwassen dieren die elkaar redden, dat zien we veel minder vaak.

Ik ben opgelucht dat het er in de natuur niet alleen maar keihard aan toe gaat. Een dergelijk gezegde nemen we te snel in de mond, en soms zelfs als excuus om onze eigen daden te vergoelijken. We praten het goed dat wij alleen maar aan ons zelf denken, ‘want dat is in de natuur toch ook zo?’ Niet dus. Het is dus kennelijk WEL natuurlijk om elkaar te redden in de dierenwereld.

Ook dit filmpje van twee schildpadden zal je ontroeren. Voor mij is het duidelijk: dieren voelen dat een ander in nood is en kunnen adequaat reageren. En dat hoeft niet per se een dier van dezelfde soort te zijn. Er zijn eeuwenoude verhalen over de hulp van dieren aan mensen. De bekendste daarvan zijn die over wolven die mensen redden en dolfijnen die drenkelingen helpen. Tegenwoordig kennen we onze hulphonden die blinden helpen, maar ook de speurneuzen in aardbevingsgebieden en niet te vergeten de snuffelaars op luchthavens.

In tijden waarin egocentrisme hoogtij lijkt te vieren zijn deze waarnemingen van de gekko’s en de schildpadden het lichtpuntje in het donker.

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

Counselling in de natuur? klik hier

2 reacties

Opgeslagen onder Dagboek, Dieren, ecopsychologie, emoties, natuur, zintuigen

Ecopsychologie: 365 dagen Verbinden met de Natuur: Als je even in een dip zit


24 november 2011

Dag 122: Als je even in een dip zit

Nee, dan geen cup-a-soup momentje, maar even kijken hoe dieren hun problemen oplossen. Als mijn humeur het af laat afweten dan pak ik de laptop om te kijken naar de eigen wijsheid (bewust los van elkaar geschreven) van dieren. Youtube biedt een grote variatie aan slimme dieren, zoals de skateboardende buldog, slimme eekhoorns, de vriendschap tussen een olifant en een hond etc. Ik word niet alleen heel vrolijk van hun genialiteit maar het haalt mijn eigen gedachtepatronen even van het doodlopende spoor.

Een aantal weken geleden zag ik op tv een waanzinnig inventieve kever (Giraffe Necked Weevil) die leeft op Madagaskar. Het verstaat de Japanse origami kunst en heeft het vermogen om een blad van een plant heel secuur in te knippen en om te vouwen, zodat er een pakketje ontstaat waarin het insect zijn eitje kan leggen. Het pakketje wordt dichtgevouwen en simpelweg op de grond geworpen zodat het daar warm kan worden en uiteindelijk kan uitkomen. Zie hier. Deze kever heeft zich op een heel inventieve manier aangepast aan zijn omgeving. Hij werkt met dat wat voorhanden is om voortplanting van de soort veilig te stellen.

Zo is er in de woestijngebieden in Namibië een kever (Namibian Desert Beetle) die tegen de schemer naar de top van een zandduin loopt, daar aangeland zijn billen in de wind steekt en zo vochtdeeltjes in de lucht laat condenseren op zijn schild. Zie hier. De condens loopt van zijn schild af zijn mond in. Niks pijpleidingen aanleggen, gewoon zelf water condenseren! Hier ook weer: werken met dat wat voorhanden is.

De Thorny Devil heeft het ook goed bekeken: water uit regen op kunnen slaan in je huid. Je maakt gewoon nog wat meer huid (enorme uitstekels) en klaar ben je om flink wat op te zuigen en op te slaan. Zie hier.

Als mens voel ik me dan zo dom. Wat kan ik nu eigenlijk? Denken, ja denken dat lukt wel. Maar verder? Mijn lichaam, behalve bestaan, kan niets intelligents. Oké, ik kan wel energie uit licht halen, sterker nog dat heb ik nodig voor voldoende vitaminen. Mijn huid kan ook leuk pigmenteren, en ja mijn lichaam kan ook vocht opslaan, maar helaas doet het dat als mijn brein het daar niet mee eens is. (of misschien wel juist daarom?) Hoe we ter wereld komen vind ik al een uitermate krakkemikkige constructie. Kortom, ik heb niet zo’n hele hoge pet op van het menselijk lichaam. Het kan te weinig. 

Gelukkig worden we omgeven door veel vernuft en intelligentie waar we nog zoveel van kunnen leren. Ik zoek maar weer eens een feelgood filmpje van dieren die gelukkig, net als ik, soms ook niet zo handig zijn.

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

Voor de maandelijkse Terug naar je Natuur wandeling klik hier

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, De Aarde, Dieren, ecopsychologie, emoties, natuur, zintuigen

Ecopsychologie: 365 dagen Verbinden met de Natuur: Natuurlijk leren denken in een relatie


23 november 2011

Dag 121: Natuurlijk leren denken in een relatie

We leren al jong dat de wereld er is om overwonnen te worden. Land is er om ontgonnen of bebouwd te worden, rivieren om ingedamd te worden, zeeën moeten leeg getrokken en wilde dieren beteugeld en het liefst achter een hek. Ook wordt ons al heel jong geleerd dat het leven een wedstrijd is om beter, mooier, sterker, rijker, intelligenter, creatiever, slanker te worden dan anderen, anders betekenen we niets.

`Ik moet winnen om te mogen bestaan` (en alle variaties hierop) is dus onze onderliggende overtuiging van het leven geworden. Het ‘survival of the fittest’ adagium zoals we dat kennen van Darwin blijkt echter anders te liggen. Het is niet de sterkste die overleeft, het is het organisme dat het beste kan samenwerken met de omgeving waarin het leeft. Geen competitie maar coöperatie dus.

In mijn counselingpraktijk merk ik dit ook bij cliënten met relatieproblemen. Relaties zijn vaak een competitie geworden van wie er gelijk heeft of wie zijn/haar zin krijgt. Er wordt vaak niet meer gezond gecommuniceerd (door de wedijver om gelijk te krijgen) om tot gezamenlijke oplossingen te komen.

Als je deel uit wilt maken van een systeem, een relatie of gezin in dit geval, dan moet je communiceren met dat systeem, zodat het systeem en het individu, met elkaar een goede relatie aan kunnen gaan zonder elkaar te kwetsen. En dat laatste is maar al te vaak wel het geval. We kwetsen elkaar door de ander overal de schuld van te geven en door eigen fouten niet te willen toegeven, of we ontkennen dat er problemen zijn en gaan door met wat we doen zonder met de ander rekening te houden of we laten zaken langs ons heen gaan met een ‘na mij de zondvloed’ mentaliteit. Hoe we als kind geleerd hebben naar de wereld te kijken met wedijver, concurrentie en overwinning, uit zich in onze relaties. Het ‘overwinnen’ is ons uitgangspunt geworden en wordt juist onze ondergang.

Dat hoeft het echter niet te zijn als we opnieuw leren hoe het er in de natuur aan toe gaat met relaties. Organismen (cellen, entiteiten etc.) kregen miljarden jaren geleden de tijd om hun eigen authenticiteit te presenteren aan andere organismen. Langzaam werd er affiniteit met anderen gegenereerd en dat leidde tot gezonde, gebalanceerde en geperfectioneerde verbindingen en samenwerking. Deze organismen leerden van hun omgeving, hoe deze werkt, hoe de andere organismen in elkaar steken en waar ze behoefte aan hebben. Door te leren van de andere elementen in een omgeving is het voor een organisme mogelijk goed te integreren.

Als je de perfectie van de samenwerking tussen natuurlijke elementen gaat zien en ervaren dan kun je die ook toepassen in je eigen leven. Verhoogd bewustzijn van natuurlijke processen is nodig om affectieve relaties aan te gaan. Dat ontstaat als je wilt weten wat de ander nodig heeft of wat er in de ander omgaat en je daar oprecht aandacht aan wilt besteden en moeite voor wilt doen. En dat werkt, net als in de natuur, twee kanten op. Er is geen enkel organisme dat alleen maar ontvangt en niets geeft. Een goede verbinding is een harmonieuze uitwisseling van geven en nemen. Dat geldt voor de natuur, en dus ook voor ons.

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

Voor de maandelijkse Terug naar je Natuur wandeling klik hier

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, De Aarde, ecopsychologie, natuur

Ecopsychologie: 365 dagen Verbinden met de Natuur: Zonder nieuwsgierigheid redden we het niet


22 november 2011

Dag 120:  Zonder nieuwsgierigheid redden we het niet

Ik ben blij als ik bij het hek van een weiland sta en een koe nieuwsgierig genoeg is om even bij me te komen om na te gaan wat ik te bieden heb. Ik word dan bekeken en besnuffeld op afstand en dat schept een band. Die band voel ik ook als ik het roodborstje in mijn tuin zie dat toch wel heel nieuwsgierig is naar wat ik in vogelhuisje heb gedeponeerd. Uit hun nieuwsgierigheid ontstaat een nieuwe verbinding.

Nieuwsgierigheid is onontbeerlijk om verder te komen in het leven. Zonder een goede dosis ervan was er wellicht geen leven op aarde geweest. Organismen hebben zich ongetwijfeld uit nieuwsgierigheid aan andere organismen verbonden. Als de aantrekkingskracht van het nieuwe er niet geweest was, waren we waarschijnlijk nog steeds ééncelligen.

Neofobie is het omgekeerde van nieuwsgierigheid: de afkeer van, of angst voor, het nieuwe. Als je hier last van hebt dan handhaaf je een bepaalde situatie tot in de oneindigheid, zelfs als deze niet goed meer voor je is. Daaronder zou je kunnen scharen: ons vervuilende gedrag, ons overdreven winstbejag, het teveel consumeren en het op te grote voet leven. Het is verbijsterend om te merken hoeveel mensen angstig zijn om opties te bedenken, of nieuwe dingen uit te proberen dan wel uit te voeren. We hebben massaal last van neofobie als het direct met onze leefwijze te maken heeft.

De nieuwsgierigen zoals Gates, Berners-Lee (www), Benyus (biomimicry), Dyson (stofzuiger) hebben we hard nodig. Zij vinden nieuwe manieren uit om ergens te komen. Zij zijn degenen die problemen zien en erkennen maar vooral bereid zijn daar iets aan te willen veranderen. Zij zijn anders dan de massa die slaafs hun neofobie volgen. Ze zijn anders dan de struisvogelpolitici die problemen niet willen zien. Ook zijn ze anders dan degenen die alleen maar brullen hoe slecht het allemaal is zonder daar verantwoordelijkheid te durven nemen.

Nieuwsgierig zijn betekent: buiten de gebaande paden treden, verder durven kijken dan je ooit gedaan hebt, het oude durven loslaten en iets nieuws ervoor in de plaats creëren. Angst verlamt. Als we allemaal angstig zijn over hoe het met onze wereld af gaat lopen en blijven doen wat we doen, dan weten we zeker dat het slecht af gaat lopen. Als we nieuwsgierig zijn naar mogelijkheden ter verbetering zijn we al een deel van de oplossing. De natuur zoekt altijd naar een oplossing. Het wil groeien, het wil leven en zoekt dus naar de beste mogelijkheden om dat te doen en schuwt nieuwe verbindingen niet. De natuur vindt zelf oplossingen.  Wij kunnen dat ook, als we maar nieuwsgierig genoeg zijn.

(zie inspirerende video over natuur en nieuwsgierigheid van Dayna Baumeister tijdens Bioneers event)

Wordt vervolgd.

Françoise Vaal

Voor de maandelijkse Terug naar je natuur wandeling op 27 november a.s. klik hier

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dagboek, De Aarde, ecopsychologie, natuur